Ga naar main content
muurhagedis-header.jpg

Welke hagedissen wonen in onze natuur?

Zijn hagedissen enkel iets voor op je vakantiebestemming? Echt niet. In België leven drie soorten hagedissen: de muurhagedis, de levendbarende hagedis en de hazelworm. Hoe herken je ze? Waar en wanneer kan je een glimp van hen opvangen? Onze Natuur to the rescue!

1. Levendbarende hagedis

Zootoca vivipara, synoniem: Lacerta vivipara
vilda-6185-levendbarende-hagedis-rollin-verlinde-800-px-54482.jpg
Rollin Verlinde

Met een naam die niet echt tot de verbeelding spreekt, weet je meteen dat deze hagedis ovovivipaar of eierlevendbarend. De eieren ontwikkelen zich volledig in het moederlichaam. De levendbarende hagedis werpt eind juli of begin augustus, meestal drie tot acht jongen die vanaf dag één op eigen ‘benen’ staan. Juveniele levendbarende hagedissen zijn 2 cm groot met een staart van 2 à 3 cm. Hun rug en buik zijn donkerbruin met lichte strepen of vlekken op de rug en flanken. Volwassen exemplaren zien er iets anders uit. Ze zijn groter (5 tot 6,5 cm en een staart van 8 tot 11 cm). Hun grondkleur varieert van (licht)grijs en groenachtig tot rood of diep donkerbruin met een variabel strepen- of vlekkenpatroon. Er is een duidelijk onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes. Mannetjes hebben vaak grote, donkere vlekken en hebben een beige, gele of oranje buik terwijl vrouwtjes niet gevlekt maar vaak gestreept zijn en een lichtgele buik hebben. Levendbarende hagedissen worden gemiddeld 3 à 4 jaar oud.

Waar en wanneer kan je de levendbarende hagedis zien?

De levendbarende hagedis voelt zich thuis in vochtige heidegebieden en veenvelden. Je kan deze soort ook zien langs bosranden, (spoor)wegen, dijken, hagen, houtwallen en holle wegen. De soort is algemeen verspreid in Vlaanderen. De grootste populaties bevinden zich in grote heidegebieden in de Kempen.

De levendbarende hagedis is enorm schuw. Als je geluk hebt, kan je hem nog net zien wegritselen tussen het groen. Tenzij de zon een handje helpt. In de zomer kan je de levendbarende hagedis namelijk zien zonnebaden op structuurrijk, open terrein, op paaltjes en op knuppelpaden. Reptielen zoeken de warmte op om hun lichaamstemperatuur te regelen. Dit is het beste moment om deze hagedis ongestoord te observeren. 

Wat je nog wil weten over de levendbarende hagedis

Het dieet van de levendbarende hagedis bestaat uit kleine ongewervelden zoals kevers, spinnen, wormen, sprinkhanen en andere insecten. Hij eet ongeveer 0,5 gram voedsel per dag.

2. Muurhagedis

Podarcis muralis
Muurhagedis eet hapje
Muurhagedis eet hapje

De muurhagedis is een slanke, kleine, afgeplatte hagedis met een lange staart (tot 12 cm). Je herkent deze hagedis aan zijn (donker)bruine, soms groenige grondkleur, afwisselend donkere en lichte lengtestrepen en ingewikkelde tekening op de rug. De muurhagedis is over het algemeen zeer fijn geschubd en heeft een niet-getande, gladde achterrand aan de halskraag, een belangrijk detail om de muurhagedis van de levendbarende hagedis te onderscheiden. Ook opvallend is het slaapschild tussen oog en oor. Mannetjes hebben langere achterpoten en een grotere kop dan vrouwtjes. Hun zijkanten zijn donker en hun buik is oranje(rood) met zwarte vlekjes. Vrouwtjes herken je aan lichte strepen op de flank en een witte, roze of gele buik met puntvormige vlekjes. De appel valt trouwens niet ver van de boom: jongen worden geboren met een witte buik en lijken dus erg veel op hun moeder. Sommige volwassen muurhagedissen hebben ook blauwe vlekjes op hun zij. ​

Waar en wanneer kan je de muurhagedis zien?

Warme, steenrijke plekjes zijn (letterlijk) hotspots voor muurhagedissen. In riviervalleien op zuidgerichte rotspartijen, liefst kalk- of zandsteen, kan je deze kleine hagedis van de zon zien genieten. De soort past zich makkelijk aan en duikt ook op in steengroeves, stadswallen en spoorwegbermen.

Oorspronkelijk leefde de muurhagedis vooral in Zuid-Europa, met de Samber en Maas in België als noordelijke grens van zijn natuurlijke verspreidingsgebied. Nu duikt de soort ook in Vlaanderen op, door menselijk toedoen. In 2004 werd een muurhagedis voor het eerst in Vlaanderen gezien langs een spoorwegberm in Muizen, accidenteel geïmporteerd via humus of door mensen (met goede bedoelingen) die ze uit Waalse steengroeven redden en elders terug uitzetten. Door de klimaatopwarming voelt de muurhagedis zich steeds meer thuis in de noordelijke delen van ons land. ​

Wat je nog wil weten over de muurhagedis

Het lievelingsmaal van de muurhagedis bestaat uit insecten: van sprinkhanen, vlinders, muggen en mieren tot rupsen, slakken, wormen en spinnen. Deze hagedis is allerminst kieskeurig als het op eten aankomt. De paring is een heel ander verhaal. Muurhagedissen kunnen slechts een paar dagen per jaar paren. Het mannetje achtervolgt het vrouwtje en bijt voorzichtig in haar staart. Na een paringsmars (ze lopen samen een stukje verder) bijt het mannetje zich stevig vast in de flank van zijn vrouwtje. Daarna krult hij zich rond haar heen voor de paring. De paring stopt pas na een bijtreactie van het vrouwtje. Het is geen uitzondering dat de tanden van het mannetje paringslittekens achterlaten op het lichaam van de toekomstige mama. Kinky ...

3. Hazelworm

Anguis fragilis
vilda-1093-hazelworm-rollin-verlinde-800-px-54483.jpg
Rollin Verlinde

Hij klinkt als een worm en lijkt op een slang, maar de hazelworm is wel degelijk een hagedis. Een pootloze hagedis. Dit buitenbeentje wordt gemiddeld 30 cm lang en is bruin of grijs met een lengtestreep op de rug. Vrouwtjes hebben een donkere flankstreep die bij mannetjes ontbreekt. Mannetjes herken je dan weer aan hun grotere, bredere kop en zijn variabeler van kleur: grijs, brons- of koperkleurig. Jonge hazelwormen zijn bij de geboorte 7 tot 10 cm lang en zijn goudkleurig met een zwarte rugstreep.

Hazelwormen zijn stevig gebouwd. Net onder hun gladde en fijn geschubde huid hebben ze beenplaten. In vergelijking met een slang beweegt een hazelworm zich redelijk stug voort. Nog een belangrijk verschil zijn de bek en de tong. Een hazelworm heeft geen inkeping aan de voorzijde van de bek en de tong is niet zo sterk ‘gevorkt’ als bij een slang. Als de hazelworm geuren wil oppikken met zijn tong (tongelen) moet hij zijn bek dus telkens een beetje openen.

Waar en wanneer kan je de hazelworm zien?

De hazelworm leeft in gemengde of loofbossen, op hellingen, langs bospaden, spoorwegen, zandgroeven en holle wegen. Deze hagedis kan je ook aantreffen op de overgang van bos en open grasland of heide. Hij leidt een verborgen leven en verstopt zich overdag graag onder houtstronken, stenen, planken, in composthopen of een hoopje bladeren. Als het regent na lange periodes van droog en warm weer heb je meer kans om een hazelworm te spotten. Dan verlaat deze hagedis zijn schuilplek om regenwormen en slakken, die dan ook massaal tevoorschijn komen, op te eten. Daarnaast eet de hazelworm ook spinnen en andere insecten. Dit reptiel is - in plaats van een ‘gevaarlijke ‘slang’ zoals sommigen denken - eigenlijk een heel erg nuttig tuindier. De hazelworm is algemeen verspreid in België. Zijn verborgen levensstijl maakt het moeilijk om een exacte inschatting te maken. ​

Wat je nog wil weten over de hazelworm

De hazelworm is, net zoals de levendbarende hagedis, ovovivipaar (eierlevendbarend). Na 3 maanden dracht komen de jongen ter wereld. Een hazelworm kan 3 tot 26 jongen per keer werpen. De wetenschappelijke naam van de hazelworm is Anguis fragilis, wat zoveel betekent als ‘breekbare slang’. De naam verwijst naar zijn capaciteit om de staart af te werpen. Zelfamputatie (autotomie) is een gekend fenomeen bij hagedissen. De afgebroken staart, die steeds afbreekt bij een speciale zwakkere wervel, blijft nog een tijdje kronkelen om de vijand af te schrikken. Dit geeft de hagedis de tijd om zelf te ontsnappen. De staart groeit uiteindelijk terug, maar nooit in z’n oorspronkelijke vorm en kleur: hij is korter en donkerder.

Meer over


Gerelateerde artikels