Ga naar main content
vilda-151786-kruin-van-zomereik-yves-adams-1900-px-54253.jpeg
Yves Adams

Inlandse eik verwelkomt meer dan 1000 soorten

De tijd dat we onze bosbomen uitkozen op basis van hun economische waarde is gelukkig voorbij. Bij het aanplanten of hernieuwen van een bos zijn alle ogen gericht op de creatie van extra biodiversiteit - en dat begint met een weloverwogen boomkeuze. Inheemse bomen krijgen altijd voorrang, maar waarom is dat precies? Wie het bruisende leven in en om een zomereik onder de loep neemt, weet al snel waar de klepel hangt. 

Inheemse bomen kennen een rijke geschiedenis in hun gebied van herkomst. Daardoor hebben ze erg veel tijd gehad om duurzame relaties op te bouwen met de soorten waarmee ze hun leefgebied delen. Een new kid in town, m.a.w. een exoot die hier toevallig zijn wortels neerplant, kent hier helemaal niemand. Hij heeft heel wat te bieden aan soorten die in zijn oorspronkelijke gebied leven, maar hier lijkt hij haast niemand te kunnen verleiden. 

Zomereik vs. Amerikaanse eik

Een schoolvoorbeeld van dat verschil in relaties met onze inheemse soorten is de eik. Als we het kortweg over een ‘eik’ hebben, bedoelen we vaak de gekende zomereik (Quercus rubor), maar onder het geslacht eik komen nog veel meer soorten voor. Zoals de Amerikaanse eik (Quercus rubra) die hier in het begin van de 19de eeuw zijn intrede deed. De imposante boom vond zijn weg naar statige parken en werd ook in bossen aangeplant. 

Een mooie boom, dat wel, maar qua natuurwaarde gooit hij geen hoge ogen. Zo valt er nauwelijks licht doorheen zijn dichte kroon, waardoor er in zijn schaduw haast geen enkel beetje groen de kans krijgt om te groeien. Dat maakt dat de Amerikaanse eik in sommige omstandigheden zelfs een invasief karakter krijgt. Nog zorgwekkender wordt het wanneer we de harde cijfers bekijken. In en om de zomereik leven ongeveer 450 insectensoorten, bij de Amerikaanse eik tellen we er slechts 13. Die andere inlandse eik, de wintereik, is trouwens nog zo’n biodiversiteitsmagneet. 

Een volledig ecosysteem in één boom

Vierhonderdvijftig soorten, dat lees je goed. En dat zijn alleen nog maar de insecten die op één of andere manier een relatie aangaan met de zomereik. Je kan het bruisende leven op deze boom dan ook vergelijken met een miniatuurstad waar inwoners van divers pluimage hun gading vinden en allerlei relaties met elkaar aangaan. Ze zijn er op zoek naar voedsel, vinden het de ideale plek om zich voort te planten of maken er zelfs hun eigen ‘huis’ of nest. 

Een overzicht: 

De zomereik als voedselboom

Sommige specialisten zijn in één of ander levensstadium volledig afhankelijk van de zomereik: ze kunnen niet zonder. Ze gebruiken hem als voedselbron of eten soorten die op hun beurt alleen maar eik lusten. Andere eikbewoners of -bezoekers komen ook elders aan hun trekken, maar tanken meermaals bij op de eik omdat er zo’n rijke maaltijden te scoren zijn. Enkele voorbeelden: 

  • Vogels: We hadden het hierboven al over de veelheid aan insecten die op en rond een eikenboom leven en dat feit is ook de vogelpopulatie niet ontgaan. Sommige insectenetende vogels stemmen er zelfs hun voortplanting op af. De koolmees is bijvoorbeeld maar wat blij met alle rupsen die in het voorjaar op de zomereik verschijnen. Ze vormen een hoogwaardige eiwitbron voor jonge, groeiende mezen. Ook de vruchten van de eikenboom trekken gevleugelde lekkerbekken aan. O.a. de gaai, de houtduif, de kruisbek, de ekster en de kauw weten wel weg met de harde vrucht. 
  • Kleine zoogdieren: Onze bekendste eikeleter is de rode eekhoorn. Die legt grote wintervoorraden aan en zorgt zo mee voor de verspreiding van de eik. Ook heel wat muizen, o.a. de bosmuis, rosse woelmuis en veldmuis, lusten wel een hapje eikel. 
  • Grote zoogdieren: Wroetende everzwijnen laten geen eikel op hun pad onaangeroerd. Maar ook hertachtigen, zoals hetedelherten hetree, eten graag wat van deze vrucht (of van de jonge boomscheuten) als afwisseling. 
Ook de meikever lust wel een groen eikenblaadje
Jeroen Mentens
Ook de meikever lust wel een groen eikenblaadje

Behalve alle dieren die op de eik rekenen voor hun dagelijkse kost, zijn er ook een heleboel paddenstoelen en andere schimmels te vinden op en rond de boom. Sommige schimmels doen dienst als opruimer van afgestorven takken en bladeren, andere maken gebruik van het water en de voedingsstoffen die de eik hen levert. Die laatste uitwisseling vindt trouwens ook in de omgekeerde richting plaats. De zwammen vormen grote ondergrondse netwerken (mycorrhiza) die ervoor zorgen dat de boomwortels meer voedsel uit de bodem kunnen onttrekken. Die ondergrondse netwerken lopen van boom tot boom, zodat de bomen voedingsstoffen die op één plek aanwezig zijn kunnen delen met eiken op een minder gunstige plaats. 

De zomereik als kraamkamer

Behalve als levende supermarkt, doet de eik ook dienst als waardevolle kraamkamer - al zijn deze twee functies vaak intens met elkaar verweven. Er is immers een goede reden waarom sommige dieren de eik uitkiezen om hun nageslacht onder te brengen - het waardevolle voedsel dat er in zo’n boom te rapen valt. 

  • (Nacht-)vlinders: Heel wat vlinders hebben de zomereik als waardplant. Dat wil zeggen dat hun rupsen enkel kunnen overleven als ze eik te eten krijgen. Debruine eikenpage zet haar eitjes af op jonge en minder vitale eiken, waar hun rupsen tijdens het volgende voorjaar kunnen smullen van ontluikende knoppen. De eikenpagekiest dan weer voor gezonde, grote eiken op zonnige plekjes. Heel wat piepkleine mineermotten leggen hun eitjes op de onderkant van eikenbladeren. De rupsen verraden hun aanwezigheid door de kleine gangenstelsels die ze vretend doorheen het blad aanleggen. Ook de eikenprocessierups, de larve van een nachtvlinder, is van de eik afhankelijk voor haar voortbestaan. 
  • Galwespen: Tientallen soorten galwespen leggen hun eitjes op de knoppen, bladeren of wortels van de zomereik. Ze spuiten een chemisch goedje in de plant, waardoor er een stukje plantweefsel uitgroeit tot een ‘galappel’. Wanneer binnenin het galwespeitje uitkomt, heeft de jonge larve alles wat nodig is om te overleven. Behalve larven leven er in een galappel nog andere organismen die van al dat lekkers mee-eten of het gemunt hebben op de galwesplarve zelf. Het leven in en rond zo’n galappel trekt op zijn beurt weer andere dieren aan, zoals vogels, zoogdieren, mijten en insecten. 
  • Kevers: Een typische eikliefhebber is de eikenbladrolkever. Het vrouwtje rolt de bladeren van de boom op tot kleine tonnetjes en legt er haar eitjes in. De bladrollen beschermen de toekomstige larve en zorgen meteen voor een basisrantsoen met voedsel. Na een tijdje vallen de verdorde tonnetjes op de grond, waar de larve overwintert en verpopt. 
De bruine eikenpage (rechts) legt haar eitjes (links) op de zomereik
De bruine eikenpage (rechts) legt haar eitjes (links) op de zomereik

De zomereik als woonplaats

Sommige organismen zijn zo’n grote fan van de zomereik dat ze besluiten er te gaan wonen. Vaak heeft die keuze natuurlijk te maken met de vorige twee functies: je kan er goed eten en het is een veilige plek om jongen groot te brengen. Maar er zijn nog meer redenen om een flinke eik als woonplaats uit te kiezen. 

  • Vogels: Heel wat vogels gebruiken de eik als nestplaats, al is zijn late bladgroei soms een spelbreker. Toch kiest o.a. de buizerd regelmatig een hoge eik uit om in te nestelen. Spechten hakken dan weer een nestholte uit, net zoals de matkop. O.a. buizerds zie je wel eens nestelen in een hoge eikenboom. Die holte kan later ook dienst doen voor boommarters, uilen, andere vogelsoorten of bosbewonende vleermuizen
  • Planten: Het hoeven niet altijd dieren te zijn, ook sommige planten gaan een innige vriendschap met de eik aan. Klimop en bosrank zijn klimplanten die je wel eens tegen een eikenboom ziet opklimmen. Op hun beurt trekken ze nog meer insecten aan en vogels die in hun beschutting een nestje bouwen. 
  • Korstmossen: Wanneer schimmels de krachten bundelen met eencellige wieren, ontstaan korstmossen - ook op de stammen van de eik. De algen doen aan fotosynthese terwijl de schimmels de nodige minerale voedingsstoffen voorzien. 
  • Bladluizen: O.a. de eikenbladluis woont permanent op de inlandse eikensoorten. De bladluizen trekken op hun beurt mieren aan die de bladluizen ‘melken’ om honingdauw te verkrijgen. Ook sommige andere insecten, zoals vlinders of zelfs de honingbij, durven wel eens van zo’n drupje honingdauw te slurpen.
  • Eikelboorder: Een speciale vermelding hebben we voor de eikelboorder, een kever die ‘s zomers eitjes legt in een onrijpe eikel. De larven voeden zich met de inhoud en boren zich een weg naar buiten wanneer de eikels gevallen zijn. Een eikel als huisje: romantischer wordt het niet! 

De soorten uit dit artikel vormen slechts een kleine greep uit de grote schare aan eikenfans die ons land rijk is. In werkelijkheid leven er minstens 1000 soorten op en rond de eikenboom. Je kan dus met recht en reden zeggen dat deze boom bruist van leven! 

Eikelmuis tussen de eikenbladeren
Rollin Verlinde
Eikelmuis tussen de eikenbladeren

Meer over


Gerelateerde artikels