Ga naar main content
yves-zielinski-das07-07-13.jpg
Yves Zielinski

De allerbeste tips & tricks om wilde dieren te spotten

Dat je op deze website terechtgekomen bent, doet ons vermoeden dat je wild bent van de natuur en al zijn bewoners. Maar of je zelf vaak wild tegenkomt, is een andere vraag. Toch heb je voor deze bijzondere hobby niet veel nodig, behalve dan een scherp oog en veel geduld. Drie ambassadeurs van Onze Natuur lichten een tipje van de sluier en gunnen ons een blik in hun interne wildspotters-keuken!

De ervaren natuurfotograaf

Koenraad De Mol uit Destelbergen is al van kinds af te vinden in de natuur. Hij leerde van z’n vader om met andere ogen te kijken naar de natuur en kocht al snel zijn eerste fototoestel. Als echte ‘schoonheidszoeker’ gaat hij op zoek naar opmerkelijke details op gewone plekjes

Koenraad: “In de maand augustus is het ‘s morgens vaak nevelig en dan ga ik graag op libellenmissie. Ik sta op voor dag en dauw en rij naar een buurt waar water te vinden is. Op dat moment van de dag zijn de vleugels van de libellen nog bedekt met piepkleine dauwdruppeltjes: een prachtig beeld. Dat in combinatie met het ochtendlicht levert spectaculaire beelden op. De libellen blijven doodstil zitten omdat ze nog niet opgewarmd zijn. Pas wanneer de zon krachtiger wordt, verdampen de dauwparels en warmen hun spieren voldoende op om weg te vliegen.” 

Twee bedauwde libellen
Koenraad De Mol

Het loont dus de moeite om er vroeg op uit te trekken. “Ook vlinders houden zich stil in de ochtend”, vertelt Koenraad. “Wanneer ik vlinders wil fotograferen, ga ik de avond tevoren al zoeken naar plekken waar ze zich terugtrekken om te slapen. ‘s Morgens weet ik dan precies waar ik moet zijn om hen te zien ontwaken en wegfladderen.”

De nieuwbakken wildspotter

Bart Vermeiren uit De Klinge is al langer bezig met fotografie, maar de coronacrisis trok hem over de streep om zich toe te leggen op het schieten van plaatjes in de natuur. Bart: “Veel mensen hebben de natuur herontdekt en dat was bij mij niet anders. Plots hoefde ik niet meer te pendelen en kon ik in alle vroegte het bos in trekken met mijn fototoestel. In een paar maanden tijd is wildspotten een echte hobby geworden.” 

“In het begin was ik al blij wanneer ik 100 meter verder een ree zag, maar ondertussen is het een uitdaging geworden om - zonder dat de dieren mij opmerken - die afstand zo klein mogelijk te krijgen. Onlangs kon mijn geluk niet op toen er onverwachts twee reekalfjes mijn pad kruisten, op enkele meters afstand. Zelden zo onder de indruk geweest!”

Reekalf tussen de varens
Bart Vermeiren

Wil je zelf eens reeën spotten, dan is nu een goed moment volgens Bart: “De bronsttijd is bezig en dan heb je veel meer kans om reebokken te zien. De hormonen gieren door hun lijf en ze zijn alleen maar bezig met zichzelf. Terwijl ze in andere maanden eerder schuw zijn, houden ze nu de omgeving minder goed in de gaten. Kijk dus zeker goed rond wanneer je een grasvlakte passeert in het bos!”

De echte dierenvriend

Yves Zielinski uit Tongeren is in zijn vrije tijd vrijwilliger bij het Natuurhulpcentrum en zoekt sinds een jaar of drie ook dieren in het wild op. “Ik volgde een cursus fotografie en legde mij toe op natuurbeelden. Om bepaalde dieren te kunnen spotten, moet je eerst hun gedrag in kaart brengen. Dit voorjaar heb ik mij gefocust op dassen. Ik heb dagenlang de Voerstreek doorkruist, op zoek naar burchten. Toen ik die gevonden had, vatte ik ‘s avonds post bij een perenboom in de buurt omdat ik weet dat dassen wel een stukje fruit lusten. De eerste twee avonden was ik op de verkeerde locatie, maar de derde avond was het prijs. Het gezin van twee volwassen dassen en hun jong keerde er dagelijks terug en ik kon er foto’s maken bij daglicht. Een unieke belevenis!”

Das met peer in het gras
Yves Zielinski

Tijdens zijn zoektocht naar dassen, stuitte Yves op nog meer moois: “Toevallig vond ik enkele doodgereden vliegende herten in een holle weg. ‘s Avonds keerde ik terug naar die plek om het insect op te zoeken. Hoe gestructureerd je ook te werk gaat, soms heb je gewoonweg een factor geluk nodig. De mooiste waarnemingen doe je vaak op een moment dat je het helemaal niet verwacht.” 

Aandacht en rust

Zoveel mensen zoeken de natuur op, maar zo weinig wandelaars kijken aandachtig om zich heen. Bart is ervan overtuigd dat ze zo veel bijzonders missen: “Vaak zie je alleen het hoofdje van bijvoorbeeld een ree boven het gras uitsteken, veel wandelaars merken het niet eens op. Als je je rustig houdt en geen bruuske bewegingen maakt, kan je vaak vrij dicht bij de dieren raken zonder dat ze alarm slaan.” 

Ook Koenraads tactiek is om zich ‘normaal’ te gedragen: “Wanneer je plots stil blijft staan, trigger je reeën, vossen of hazen om te vluchten. Soms is het beter om op je gemak verder te wandelen of te fietsen. Hou je rustig, kijk goed rond, beweeg traag en praat niet te luid. Zo zijn je kansen om wild te zien het grootst.”

Ongeschreven regels

Wie begint met het spotten van wild, zal ongetwijfeld al snel op een hoop ongeschreven regels stuiten. Zo is de broedtijd ideaal om vogels te spotten, maar daar moet je uiteraard erg voorzichtig mee zijn. Bart: “Het is altijd verleidelijk om post te vatten bij een vogelnest, maar je kan het je als natuurliefhebber niet veroorloven om de ouders weg te jagen. Mijn advies is om te kijken of je de ouders regelmatig ziet aan- en afvliegen. Doen ze dat niet, dan sta je écht te dichtbij. Je verstoort hun natuurlijk gedrag en moet er zo snel mogelijk weg. Met een goede verrekijker of lens, kan je gerust wat meer afstand nemen en toch alle actie bewonderen. Zo volgde ik een tijdje het voederen van jongen van een grote bonte specht. Omdat ik voldoende afstand nam, bleef de specht insecten aandragen.”

Vrouwtje grote bonte specht met bek vol insecten
Bart Vermeiren

Een ander issue is het vertellen van je vindplaats. Het is een tweestrijd: langs de ene kant wil je de hele wereld laten weten welke speciale vogel je gezien hebt, langs de andere kant wil je niet dat gans natuurspottend België morgen in jouw bos staat. Koenraad: “Op waarnemingen.be, een website waar liefhebbers hun vondsten delen voor wetenschappelijk onderzoek, wordt de specifieke locatie van bepaalde soorten afgeschermd. Zo voorkomt men een stormloop, ook van mensen die zich niet aan de gedragscode houden. Het overgrote merendeel van de wildspotters houdt afstand en verstoort de dieren niet, maar bij een stormloop is er altijd wel iemand die net dat tikje verder gaat voor zijn ultieme fotomoment. Ook wanneer ik vossen spot, hou ik dat liever geheim. Het zijn zo’n mooie, intelligente dieren, maar niet iedereen houdt van hen.”

Netwerken en info opzoeken

Op diezelfde website van waarnemingen.be kan je trouwens prima een eerste zoektocht voorbereiden. Je kan er nagaan in welke gebieden een bepaalde soort resideert of je kan er ontdekken welke soorten er op de plek van jouw daguitstap gespot worden. Yves: “Die website is vaak een eerste halte om te starten met mijn zoektocht. Daarnaast heb ik in de loop der jaren ook een netwerk opgebouwd van andere natuurfotografen en observatoren. Als ik ergens naar op zoek ben, is er altijd wel een vriend of kennis om me op weg te helpen.” 

Vliegend hert
Yves Zielinski

Ook naslagwerken en handleidingen zijn een goed startpunt. Bart: “Ik ben een grote fan van het YouTube-kanaal van Morten Hilmer. Die man is geniaal, ik heb erg veel kennis opgedaan in zijn filmpjes en pas zijn technieken zelf toe. Daarnaast heb ik enkele boeken waar ik steeds naar teruggrijp: De slimste vogelgids van Jan Rodts, de Veldgids Europese zoogdieren van Peter Twisk en de Veldgids diersporen Europa van Annemarie Van Diepenbeek.”

Soort leren kennen

De beste kansen om een wild dier te spotten, krijg je dan ook door je goed in te lezen. Yves: “Om te weten waar je je slag kan slaan, moet je weten met wie je te maken hebt. Daarom start ik altijd met het inwinnen van informatie: hoe gedraagt de soort zich, in welke habitat gedijt ze, in welk seizoen kan ik het dier best spotten, op welk tijdstip is het actief …? Als ik dat allemaal weet, trek ik het veld in. Wanneer ik een goede locatie gevonden heb, observeer ik passief - lange tijd op dezelfde plek. Ben ik niet zeker van mijn locatie, dan ga ik actief rondwandelen in het natuurgebied en hou ik ogen en oren open om een glimp op te vangen. In beide gevallen telt: hoe meer geduld, hoe meer kans op succes.” 

Op die manier kon Koenraad een stel steenuilen lokaliseren: “Die soort broedt in de ‘knot’ of ‘tronk’ van knotwilgen. Ik vat er ‘s avonds laat post, wanneer ze op jacht vertrekken. Ze zijn enorm goed gecamoufleerd, maar eens je ze weet zitten, zijn het prachtige vogels om te bestuderen.” Maar het allermeest geniet Koenraad van de beverfamilie die hij op de Schelde volgt: “Het was een echte openbaring om die grote knaagdieren voor het eerst te zien opduiken. ‘s Morgens van 5 tot 7 en ‘s avonds van 9 tot 11 heb ik meestal geluk. Omdat er een burcht in de buurt is, keren ze elke dag terug. Puur genieten!”

Steenuil
Koenraad De Mol

Meer over


Gerelateerde artikels