Ga naar main content
kopie-van-yves-zielinski-das07-07-9.jpg
Yves Zielinski

Zijn dieren ook dol op suiker?

Van kinds af aan ligt het (bijna) op het puntje van onze tong: wie zoet is, krijgt lekkers. Zoet is een van de vijf basissmaken die wij als mens waarnemen. Onze voorliefde voor de suikerachtige smaak ontstond in de oertijd. Delen dieren dezelfde voorliefde voor zoet? Ontdek hier hoe dieren zoet ervaren en wie de absolute zoetekauwen onder de dieren zijn.

Dat mensen van zoet(s)makers houden, is een oerinstinct. In het prille begin was voedsel schaars. Als de eerste mensachtige toch calorie- en suikerrijk voedsel vond, vertelden z’n hersenen hem: “Eet zoveel je kan!” Dadels, druiven en wilde vijgen vulden de snoeppot van die tijd. Onze zin in zoet is het resultaat van een natuurlijke evolutie. Zo weet jij weer wat zeggen als je volgende keer de koekenkast leegsnoept. ;-) ​

Er zijn ook een aantal dieren die van nature uit verlekkerd zijn op zoet. Wie zijn deze zoetekauwen?

1. Bijen leggen zoete wintervoorraad aan

Bijen hebben een eenvoudig dieet: ze leven enkel van nectar, honing, stuifmeel en water. Bijen, en ook hommels, gaan op zoek naar nectar in bloemen van planten en bomen. In tegenstelling tot limonadeslurpende wespen hoef je dus geen schrik te hebben voor bijen rond je tafel. Het is een kwestie van geven en nemen: bloemen geven bijen wat lekkers te eten, en bijen helpen de bloemen bestuiven. Elke keer ze nectar opzuigen in een bloem nemen ze namelijk stuifmeel mee dat ze vervolgens afzetten op een volgende bloem. De bijen nemen de nectar mee naar hun nest en slaan het op in de cellen van de honingraat. ​

Wat is nectar nu precies? Het is een soort van suikerwater dat zo’n 20% suiker bevat, maar dat is voor onze bijen niet zoet genoeg. Om nectar zoeter te maken, voegen ze enzymen toe. Zo ontstaan er (gezondere) suikers. Wat volgt is een ingenieus proces om de nectar te doen verdampen: de bijen wapperen met hun vleugels om het suikerrijke goedje te reduceren tot honing. om je een idee te geven wat voor een zoetebekken onze bijen wel niet zijn: honing bevat 80% (natuurlijke) suiker!

vilda-5048-gesloten-honingraat-rollin-verlinde-800-px-52713.jpg
Rollin Verlinde

Bijen bedekken de honing in de cellen tenslotte met een laagje was. Zo kunnen ze hun honingvoorraad een hele winter lang bewaren en erop terugvallen wanneer er geen bloemen met nectar te vinden zijn. 

Ook het grotendeel van het stuifmeel (pollen) dat bijen uit bloemen verzamelen, nemen ze mee naar de bijenkast. Stuifmeel bevat belangrijke eiwitten en vitaminen. Net zoals de honing wordt het stuifmeel in de cellen van de honingraat bewaard als wintervoorraad.

2. Bladluizen leveren honingdauw aan mieren

Mors je iets zoets op je terras? Dan is de kans groot dat er binnen de kortste keren een leger mieren op af stormt. Mieren zijn dol op suiker, en meer bepaald honingdauw. Dit zoete sapje geeft hen energie. Honingdauw is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld nectar, niet zomaar te vinden in de natuur. Het gesuikerde sap is eigenlijk de stoelgang van de bladluis. Die zuigen sap uit planten op als voeding, maar scheiden het teveel aan suiker terug af. De druppels honingdauw die ze uit hun achterlijf persen vormen het favoriete drankje van mieren. Zij hebben er dus alle baat bij om bladluizen, hun honingdauwleveranciers, te helpen. Ze stimuleren de bladluizen met hun sprieten en likken de zoete druppels op. Het lijkt wel alsof ze de bladluizen melken. Kijk maar:

3. Dassen met zin in zomerfruit

Dassen zijn veelvraten. Ze eten wat ze tegenkomen op hun weg. 90% van hun dieet bestaat uit regenwormen die ze vooral in natte grasvelden en weides vinden. Tijdens een droge, hete zomer kruipen regenwormen echter dieper onder de grond. Als je weet dat een das elke dag 400 à 600 g voedsel nodig heeft, duurt het onder die omstandigheden uren vooraleer dit beest zijn honger gestild krijgt. Daarom richt hij zijn pijlen ook op valfruit en bessen. Zijn maaltijd ligt letterlijk voor het rapen: zoete kersen, pruimen, appelen, peren en andere fruitsoorten die van de bomen vallen, werkt de das in geen tijd weg. ​

Af en toe willen dassen wél werken voor zijn eten. Dan graaft hij bijen- of hommelnesten uit voor de larven en de honing. De uitheemse honingdas staat er zelfs om bekend. Deze soort dankt zijn naam aan het feit dat hij bijennesten plundert. 

kopie-van-yves-zielinski-das07-07-9.jpg
Yves Zielinski

Proeven dieren zoals mensen?

Hoewel er heel wat zoetebekken rondlopen in de dierenwereld, proeven lang niet alle diersoorten dezelfde zoete smaak zoals wij dat doen. Tijdens hun evolutie hebben dieren geleerd om aan de hand van hun smaakzin te bepalen of voedsel veilig is om te eten of niet. Een lekkere smaak is gelijk aan verteerbaar voedsel terwijl een slechte smaak wijst op mogelijk schadelijke stoffen. Herbivoren hebben een sterk ontwikkeld smaakorgaan om giftige stoffen op te sporen in planten. Een ander voorbeeld zijn katachtigen. Zij hebben hun zin in suiker al lang verloren. Deze overtuigde vleeseters hoeven suikerrijk of zoet voedsel niet te kunnen detecteren om te overleven. Zelfs als hadden ze meer smaakpapillen, ze zouden nog altijd geen zoete smaak kunnen waarnemen. Bittere smaken herkennen ze dan weer wel. Zo vermijden ze de inname van ranzig vlees.

Smaakpapillen

Het ene dier heeft trouwens ook meer smaakpapillen dan het andere. Vogels hebben bijvoorbeeld heel weinig smaakpapillen. Om je een idee te geven: mensen hebben ongeveer 10.000 smaakpapillen en een kip heeft er maar 30! Katten volgen in het rijtje met net geen 500 smaakpapillen. Omgekeerd zijn er dieren die extreem veel smaakpapillen hebben. Varkens hebben er 14.000 en koeien zelfs 25.000. De echte winnaar is zonder twijfel de meerval. Zijn hele lichaam is bedekt met duizenden smaakpapillen. Die zijn dan ook cruciaal want de meerval jaagt in troebel water met beperkt zicht en slaagt er dankzij zijn geavanceerde smaakzin toch in de juiste prooien te vangen. 

Meer over


Gerelateerde artikels