Ga naar main content
uitzicht.jpg

Uitgetest: Door het Preusbos naar het Drielandenpunt

Nu we aan de volgende coronavariant van het Griekse alfabet zijn aanbeland, wordt reizen naar andere landen opnieuw een beetje tricky … Het vliegtuig laten we dus maar weer even links liggen. Maar wat dan met die reislust die zich onverminderd blijft opstapelen in ons diepste binnenste? Gelukkig ligt er ergens in een uithoekje van ons land een prachtig bosgebied dat uitdagend flirt met onze nationale grens. Op naar het Preusbos bij Moresnet-Chapelle, waar je op één middag tijd maar liefst drie landen kan bezoeken.

In Vlaanderen zijn we zo vertrouwd met de wandelknooppunten, dat we er gemakkelijkheidshalve van uitgaan dat je overal te lande op goed geluk wel wat cijfertjes aan elkaar kan rijgen. Vandaag klopt dat zeker en vast, maar enkele jaren geleden waren we toch finaal verloren gelopen in de Oostkantons. De bordjes van het 900 kilometer lange knooppuntennetwerk in Duitstalig België zijn zó nieuw, dat je kan verblind raken door er alleen maar naar te kijken – tenminste als de zon schijnt, wat ze tijdens onze tocht grandioos vertikt. De bewegwijzering voor het noordelijke gedeelte werd immers pas in juni 2021 officieel ingehuldigd. Klaar voor een eerste vuurdoop! Met dank aan Pasar voor het uitstippelen van de route (zo’n 11,5 km).

Lijdensweg richting bos

Na een rit van plensbui naar plensbui stappen we uiteindelijk uit de auto onder een onheilspellend grijze, maar droge hemel aan de kapel van Moresnet-Chapelle, op de Place Arnold Franck. Deze jongeman is in z’n eentje verantwoordelijk voor de transformatie van het dorpje tot populair bedevaartsoord vanaf het jaar 1750. De dorpelingen geloofden immers dat de Heilige Maagd Maria iets te maken had met zijn wonderbaarlijke genezing van de zogenaamde ‘vallende ziekte’. Een goeie eeuw later legde de toenmalige Pater Overste zich toe op de aanleg van een park met een heuse Kruisweg, die de lijdensweg van Christus uitbeeldt, opgesmukt met maar liefst 68.000 (vooral exotische) sierplanten. Het paradijs op aarde? Wij laten de handgesmede poort van het ijzeren hekwerk rond het park gesloten en doen waar échte pelgrims goed in zijn: wandelen.

We stappen onder de spoorbrug door, een verlengde van het indrukwekkende Viaduct van Moresnet, met een lengte van maar liefst 1.200 meter een van de bekendste spoorbruggen van België.

Langs hier werden de Duitse troepen naar het front getransporteerd tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1915 en 1916. De spoorweg zal ons gedurende de hele wandeling blijven volgen als een stiekeme stalker in het struikgewas – slechts ontmaskerd door een zeldzaam treinstel dat zich door het bos klieft. Al snel wandelen we het Preusbos in de gemeente Kelmis binnen, dat zich ook voor een klein stukje in Duitsland en Nederland naar binnen heeft gewurmd. Veel lokale wandelaars komen we niet tegen, wat jammer is, want ik had graag een vleugje opgevangen van het bijzondere dialect dat hier gesproken wordt. In het Platdiets betekent Preusbos trouwens ‘grensbos’. Duidelijkheid, daar houden we wel van.

Klimwerk door de modder

Al snel blijkt dat we wel wat training konden gebruiken voor deze wandelroute. De hellingen en afdalingen zijn niet extreem steil, maar toch trappen we geregeld op onze adem terwijl we door het bos kronkelen. Gelukkig houden onze stevige wandelschoenen ons rechtop – al is het soms wel bijna prijs op de meer modderige stukken. En die zijn er tijdens deze zachte, natte winter in overvloed! Robuust, waterdicht schoeisel is dus absoluut geen overbodige luxe op dit pad. Gelukkig worden we na een fikse klim wel beloond met een mooi uitzicht over het glooiende landschap. De felblauwe lucht met die mooie witte schapenwolkjes die bij een échte winterse wandeling horen, denken we er dan maar bij.

wandelpad.jpg

Onze kuiten krijgen nog geen rust. Het doel van deze wandeling is de Vaalserberg – met amper 322,4 meter al de hoogste ‘berg’ van Nederland – dus we zetten ons schrap voor wat nog komen moet. Even bijtanken met een lunchpauze, dus! Neerzitten is er niet bij, want elke bank, boomstronk of berm zou onze broek in een mum van tijd herschapen in een kletsnatte dweil, dus genieten we al rechtstaand van de stilte en de zoete geur van het naaldbos. Hadden we onze broodjes toch maar opgegeten toen we daarnet die mooie, houten schuilhut tegenkwamen …

Uitzicht: niet beschikbaar

De volgende knooppunten rijgen zich aan elkaar langs een asfaltweg, die ons toelaat de modder uit de ribbels van onze zolen te stampen. Na een tijdje komt een hoopvolle wegwijzer in zicht, die het ‘3-Ländereck’ of Drielandenpunt op de top van de Vaalserberg aankondigt. Maar ook zonder die wegwijzer hadden we ons niet kunnen vergissen, tenzij je erin slaagt om de vijftig meter hoge Koning Boudewijntoren over het hoofd te zien. Deze panoramatoren zou een prachtig uitzicht bieden over de omgeving en het gekende Labyrint Drielandenpunt, gemaakt uit groene hagen en muren van plots opspuitend water – dé toeristische trekpleister net over de grens met Nederland. Alleen jammer dat de metalen trappen die toegang bieden tot de toren om onbekende redenen afgesloten waren. Weer zo’n flauwe coronagrap?

Ondertussen heeft de opstekende wind ook zacht gedruppel meegebracht, dus de vraag is maar of we überhaupt van dat mooie panorama hadden kunnen genieten. Na een obligatoire selfie bij de oude grenspaal tussen België, Duitsland en Nederland zetten we dus al snel onze weg verder langs een smal pad, steil naar beneden en met de nodige rotsige obstakels bezaaid. Ik zou het niet kunnen herkennen, maar de kans is groot dat we onze voeten zo nu en dan eens neerzetten op een stukje vuursteeneluvium, een zuur gesteente dat hier achterbleef na het oplossen van het Gulpens Krijt. Prima materiaal om een bijl of pijlpunt uit te maken, en dat wisten ook de prehistorische mensen die hier in het stenen tijdperk rondzwierven. Naar de bodem kijken is hier een noodzaak om geen benen te breken, al willen we natuurlijk ook niks van de natuur rondom ons missen. Af en toe houden we daarom even bewust halt om onze blik op te richten en achterom te kijken naar ons reeds afgelegde pad. Ook niet mis!

Wegversperring van formaat

Een voorbijrijdende trein doet ons wakker schrikken uit een zeldzaam zwijgend moment. Het geluid sterft snel weg en het bos werpt zijn dikke, geluidsisolerende deken weer over ons heen. Slechts sporadisch klinkt het gefluit van een vogel, die door de uitzonderlijke hoge temperaturen voor de tijd van het jaar waarschijnlijk even de kluts kwijt is en zijn paringslied al wil oefenen. Ik hou mijn ogen en oren open voor de zeldzame zwarte specht, die zich in deze buurt weleens durft te laten zien – als hij niet wordt weggejaagd door een everzwijn of een wilde kat, tenminste.

Wegversperring

Op het laatste stuk van de route komen we geen knooppuntbordjes meer tegen, nu is het in één kronkelige lijn naar het eindpunt. Al ligt er vlak voor de finish nog een uitdaging op ons te wachten … Aan de rechterkant van het pad ligt plots een hele strook sparren tegen de vlakte. In januari komt er vast niemand wandelen, moeten ze hier gedacht hebben, een prima moment om aan bosbeheerswerken te doen. Dus hebben ze de bomen gewoon neergegooid waar er plaats was, zijnde in het midden van het wandelpad. Even ‘te griest gaan’ door het bos dan maar, zoals men dat in het Hageland zo mooi zegt. Niet zo leuk voor de eventueel kwetsbare natuur die we op die manier vertrappelen, al omzeilen we er – geluk bij een ongeluk – wel een modderbad van formaat mee. 

Nog even uitbollen richting dorp en voor we het weten staan we weer op de parking met een fijne wandelervaring in onze rugzak en een half kilootje bosgrond aan onze schoenzolen. In de zomer komen we terug voor dat veelbelovende uitzicht!

Wandelknooppunten: 32 - 45 - 36 - 60 - 74 - 7 - 20 - 87 - 86 - 37 - 27 - 32.

Meer over


Gerelateerde artikels