Ga naar main content
Linker- en rechterschelp van de kokkel
Linker- en rechterschelp van de kokkel

Tien dingen die je nog niet wist over schelpen

Ben jij al thuis in de wondere schelpenwereld? Ontdek hier tien dingen die je nog niet wist over schelpen. 

1. Allergrootste oester is Belgisch

In 2015 vonden twee spelende kinderen in Knokke-Heist de grootste oesterschelp ter wereld. De langgerekte Japanse oester mat maar liefst 38 cm en telde 25 jaarringen. 

2. Schelp met gaatjes

Vind je een mooi, rond gaatje in een schelp? Dan is de tepelhoren aan het werk geweest, een roofslak die doorheen schelpen raspt met de minuscule tandjes op z’n tong. Via dat miuscule gat verorbert hij zijn prooi. Het proces om zo’n gat te maken, duurt gemakkelijk een week. Soms slagen tweekleppigen erin om tijdig te ontsnappen, dan zie je een gaatje dat niet helemaal is uitgehold!

Huisjes van de gewone tepelhoren, een slak die gaten in schelpen boort
Huisjes van de gewone tepelhoren, een slak die gaten in schelpen boort

3. Schelpen hebben last van CO₂

Het overtollige CO₂ in de lucht maakt niet alleen ons klimaat warmer, het verzuurt ook onze zeeën. Ten opzichte van het begin van de industriële revolutie is de zuurgraad van zeeën en oceanen met een kwart gestegen! Dat is nefast voor schelpdieren die daardoor minder kalk uit het water kunnen halen om hun schelp te bouwen. 

4. Stormweer is schelpenweer

Wie écht interessante schelpen wil vinden, trekt er best opuit na een storm. Het woelige water brengt dan schelpen aan de oppervlakte die anders in de diepzee leven. 

5. Tweedehands huis

Niet alleen weekdieren leven in schelpen. Heremietkreeften gaan op zoek naar oude, verlaten schelpenhuisjes om zich eigen te maken. Ze sleuren hun mobiele huis overal met zich mee. Tijdens het groeiproces moet de heremietkreeft regelmatig verhuizen naar een grotere schelp. 

Kleine heremietkreeft in haar mobiele huis
Kleine heremietkreeft in haar mobiele huis

6. Open of dicht?

Mosselen openen zich wanneer je ze klaarmaakt en als een mossel al vóór het koken open is, eet je ze best niet op. Dat is heel logisch te verklaren: tweekleppigen hebben een klein ligament waarmee ze hun schelpen kunnen sluiten. Dat is een actief proces – wanneer ze niks doen, blijven de schelphelften geopend. Wanneer een weekdier sterft, gaat haar schelp dus vanzelf weer open. 

7. Wrik nooit schelpen los

Op golfbrekers wonen massa’s weekdieren, stevig vastgeankerd op de rotsige ondergrond. Er eentje loswrikken zou zonde zijn: hoe zou jij het vinden om met huis en al van de aarde gerukt te worden? Pas wanneer een schelpdier sterft, komt de lege schelp op het strand terecht. 

8. Ook fossiele schelpen spoelen aan

Niet alle schelpen die je op het strand vindt, zijn van recent gestorven weekdieren. Er zitten ook een heleboel schelpen bij die al erg lange tijd verlaten zijn. De meest voorkomende schelpen aan onze kust, de kokkels en de halfgeknotte strandschelpen, zijn grotendeels oude fossielen

Linker- en rechterschelp van de kokkel
Linker- en rechterschelp van de kokkel

9. Linker- en rechterschelpen

Een tweekleppig weekdier bestaat uit twee schelpen die elkaars spiegelbeeld zijn. Op het strand vind je vaak maar één van de twee helften. Gek genoeg is de verhouding tussen linker- en rechterschelpen niet altijd 50/50. Tijdens de Grote Schelpenteldag willen wetenschappers nagaan of weercondities en lokale zeestromingen daar iets mee te maken hebben. 

10. Drie types schelpdieren in de Noordzee

De schelpen die je vindt aan onze stranden, kan je ruwweg toekennen aan drie types weekdieren

  • tweekleppigen (weekdieren die zich beschermen met een koppel openklapbare schelpen)
  • slakken (weekdieren die uitgerust zijn met een enkelvoudig schelpenhuisje)
  • inktvissen (met een inwendig kalkplaat in plaats van een uitwendige schelp) 

Op zaterdag 14 maart zou normaal gezien voor de derde keer de Grote Schelpenteldag plaatsvinden. Helaas kan dit evenement niet doorgaan wegens het COVID-19 virus in België. 

Meer over


Gerelateerde artikels