Ga naar main content
Rood juffertje
Rood juffertje
Jeroen Mentens

Onze Belgische libellen en waterjuffers op een rij

Waar water is, zijn libellen. Aan de start van de zomer tonen deze vliegende insecten met slank achterlijf en lange vleugels zich van hun mooiste kant. Wist je dat in ons kleine landje meer dan 70 soorten libellen leven? En hoe zit dat met waterjuffers: zijn dat echte libellen of niet? Ontdek hier welke libellen in België leven en hoe je ze herkent!

Korenbouten (Libellulidae)

De korenbouten vormen een zeer diverse libellenfamilie. Ze zijn over het algemeen vrij compact gebouwd en maken geen lange vluchten. Hoe verschillend hun namen ook klinken, de bruine korenbout, de viervlek en de platbuik zijn allemaal familie van elkaar. De platbuik heeft een breed en afgeplat achterlijf dat bij mannetjes lichtblauw en bij vrouwtjes bruin gekleurd is. De naam van de bruine korenbout is iets misleidender, tenminste wat de mannetjes betreft. Hun achterlijf verkleurt van oranje met zwarte rugstreep naar zwart met een blauwe schijn. De vrouwtjes kleuren donkerbruin. Verwar ze niet met de viervleklibel. Die herken je makkelijk aan de zwarte vlekken op de vleugels.

Waterjuffers (Coenagrionidae)

Waterjuffers represent! België telt 12 verschillende soorten, en daarmee is dit ook meteen de grootste familie onder de libellen, maar het zijn geen ‘echte’. Hoe zit dat precies? Ze behoren tot de onderorde van de juffers (Zygoptera) of gelijkvleugeligen. Zij staan tegenover de ongelijkvleugeligen of ‘echte libellen’ (Anisoptera). Je ziet het verschil het beste wanneer de insecten in rust zijn: de voor- en achtervleugels van een juffer zijn gelijk van vorm. Bij ‘echte libellen’ zijn de achtervleugels onderaan breder dan de voorvleugels. Juffers komen vaak in blauwachtige tinten zoals het lantaarntje, de kanaaljuffer en tengere grasjuffer (mannetje) of groene kleuren zoals de maanwaterjuffer. Natuurlijk nemen sommige waterjuffers ook andere kleuren aan. De vrouwelijke tengere grasjuffer onderscheid je van de mannetjes daar haar fel oranje kleur. De koraaljuffer herken je dan weer aan zijn smalle knalrode achterlijf. Drie van de twaalf waterjuffers in ons land zijn helaas erg zeldzaam en staan zelfs op de Rode Lijst. Het gaat om de variabele waterjuffer, mercuurwaterjuffer en de speerwaterjuffer.

Beekjuffers (Calopteryx)

De beekjuffers zijn nauw verwant met de waterjuffers, maar tellen in België slechts twee soorten: deweidebeekjuffer en de bosbeekjuffer. Die eerste herken je aan zijn gedeeltelijk blauwe vleugels; de vrouwtjes hebben transparante vleugels met een groene schijn. De mannelijke bosbeekjuffer onderscheidt zich met volledig blauwe vleugels terwijl het vrouwtje opvalt met haar roestbruin gekleurde vleugels. Bosbeekjuffers frequenteren goed doorluchte beekjes in schaduwrijke gebieden waar ze eitjes leggen bij waterranonkel. De weidebeekjuffer is minder kieskeurig en kan je ook in de buurt van trager stromende waterloopjes tegenkomen.

Bronlibellen (Cordulegaster)

Fans van het eerst Onze Natuur-uur zullen het geel-zwarte lichaam en de grote groene ogen van de gewone bronlibel, een van onze grootste soorten, vast wel herkennen. Wist je dat hij een look-a-like heeft? De zuidelijke bronlibel lijkt als twee druppels water op de gewone bronlibel. Alleen een stel gele vlekjes verraden dat hij een verre neef is.

Glazenmakers (Aeshnidae)

Het kleurpalet van de glazenmakers varieert van helder blauw en appelgroen tot geel en roodbruin. De populaties doen het vrij goed in België en worden de laatste jaren steeds vaker waargenomen. Al betekent dit niet dat ze het makkelijk hebben in onze natuur. Kijk maar naar de Noordse glazenmaker, die afhankelijk is van veengronden. Deze soort is zeer zeldzaam en komt alleen voor in de Ardense Venen. Droogte, de opwarming van de aarde en vervuiling vormen een grote bedreiging voor de natuurlijke habitat van deze grote libel. Ook de vroege glazenmaker, die graag bij moerassen en vijvers rondhangt, ondervindt problemen door watervervuiling.

Keizerlibellen (Anax)

In deze keizerlijke familie vind je niets anders dan grote libellen. Drie van hen leven in België. De grote keizerlibel is de reus onder de libellen die 64 à 84 mm groot is. De zuidelijke keizerlibel herken je aan zijn bruine borst en azuurblauwe achterlijf. De zadellibel is de kleinste van de drie keizerlibellen in ons land en wordt hier slechts af en toe gespot om deze soort door Afrika en Azië trekt om te broeden. De twee andere keizerlibellen zijn wel vrij algemeen. ​

Heidelibellen (Sympetrum)

Dit geslacht alleen al telt wereldwijd meer dan 60 soorten waarvan er zeven ook bij ons voorkomen. Twee soorten, de geelvlekheidelibel en de bandheidelibel, komen zo zelden voor in België dat ze niet als in ons land levende dieren worden beschouwd. Heidelibellen vormen een duidelijke familie. Ze onderscheiden zich met hun mooie, warme kleuren: rood, geel of oranje. Er is slechts één heidelibel die een andere look koos. We moeten je vast niet vertellen welke kleur de zwarte heidelibel doet opvallen tussen zijn soortgenoten? :-)

Glanslibellen (Corduliidae)

Disco is not death, en glanzende metallic tinten al helemaal niet als je het aan onze glanslibellen vraagt. De gevlekte glanslibel, de bronslibel, de metaalglanslibel en de smaragdlibel stelen de show met hun prachtige, reflecterende kleuren.

Rombouten (Gomphus)

Rombouten zijn echte libellen die net zoals bronlibellen makkelijk herkenbaar zijn aan hun zwart-geel gestreept lijf. De meeste rombouten hebben een afgestompt, knotsvormig lichaampje met uitzondering van de rivierrombout. Deze zeer zeldzame soort komt alleen voor aan de Limburgse grens, in de Antwerpse Kempen en in Herentals. ​

Meer over


Gerelateerde artikels