Ga naar main content
vilda-79262-lommelse-sahara-yves-adams-1900-px-56301.jpeg
Yves Adams

Oh dennenboom, oh dennenboom (van bij ons)

De enige echte naaldboom die van oudsher in onze bossen voorkomt, is de grove den of Pinus silvestris. Hoewel we hem onlosmakelijk linken aan de zandige bodems van de Kempen, kan hij gerust ook wat natter staan. Onze inheemse dennenboom ziet er allerminst kerstig uit: zijn contouren vormen zich volgens de grillen van de wind, waardoor hij een asymmetrisch uitzicht krijgt. 

Na de laatste ijstijd, zo’n 12.000 jaar geleden, was de grove den één van de eerste bomen die onze streken kwam vergroenen. Vooral op arme gronden, zelfs met een hoge grondwaterstand, kan hij goed gedijen - wordt de grond rijker dan nemen loofbomen de heerschappij al snel over. Van nature ontkiemt grove dennenzaad op lagere stukken van stuifzandgebieden, waar de wind zoveel mogelijk zand heeft weggeblazen en het grondwater hoog staat. 

De grove dennen die we nu nog in ons land zien, zijn vermoedelijk allemaal (nakomelingen van) aangeplante exemplaren, want in de Middeleeuwen verdwenen zo goed als alle dennen om plaats te maken voor heide. Pollenonderzoek wijst erop dat onze dennen stuk voor stuk hun oorsprong in Duitsland vinden. Het is en blijft echter een inheemse boom - omdat hij hier na de ijstijd uit zichzelf verscheen - maar de huidige bomen hebben een ‘autochtone’ oorsprong. 

Vliegden in het midden van een grassige vlakte
Yves Adams

We kennen de grove den vaak als (enigszins) kaarsrechte boom in bosverband, waar hij aangeplant werd om scheepshout en hout voor de mijnbouw te produceren. De onderste takken sterven in zo’n dicht bos al snel af, omdat de soort een grote lichthonger heeft. Een vrijstaande grove den ontwikkelt zich dan ook helemaal anders, tot een typische ‘vliegden’: aan de ene kant nagenoeg kaal en aan de andere kant welig takken makend. 

De grove den herkennen

De grove den herkennen

Hoogte: tot 40 meter 

Blad: 3 tot 7 cm lange, blauwgroene halfronde naalden die per twee op de tak staan 

Bloeiwijze: eenhuizige kegels; de mannelijke bloemen geelachtig aan de voet van de scheuten, de vrouwelijke donker rozerood aan de top. 

Vrucht: typische dennenkegels met verhoute schubben.  

Schors: jonge schors (ook aan het bovenste deel van oudere bomen) is oranjebruin - later wordt ze grijsbruin met ruwe groeven. 

Meer over


Gerelateerde artikels