Ga naar main content
huisstofmijten.jpg

Is de huisstofmijt méér dan een ongewenste bedgenoot?

Tranende ogen, een jeukende neus, niezen en hoesten, huidirritatie … Wie met een allergie voor huisstofmijten te kampen heeft, zal het niet graag horen, maar deze kleine, spinachtige diertjes die ongevraagd in onze huizen wonen, kunnen wel degelijk een nut hebben voor onze gezondheid. ​

Bezoekers in je bed

Je denkt er misschien liever niet over na, hoeveel en welke beestjes er allemaal in je bed wonen. En al helemaal niet wat ze daar precies uitspoken. Sta ons toe je even met de kriebelige realiteit om de oren te slaan: in een gemiddeld bed wonen zo’n twee miljoen huisstofmijten. Je leest het goed: twee miljoen. Gelukkig zijn ze zo klein – niet meer dan 0,3 millimeter lang – dat je ze amper kan zien met het blote oog, anders zou je waarschijnlijk nooit meer je bed in kruipen. 

Wat ze daar verloren hebben? Wel, je beddengoed vinkt nogal wat vereisten van hun ideale woonplaats af. Huisstofmijten houden van temperaturen tussen 20 en 30 °C en verdragen geen direct zonlicht. En omdat ze niet kunnen drinken, moeten ze hun vocht uit de lucht halen, dus verkiezen ze een omgeving met een luchtvochtigheid tussen 60 en 80%. Een lekker warm en donker bed met daarin een mens die een fikse portie vocht uitademt en uitzweet, is voor een huisstofmijt dus de hemel op aarde. 

Niet alleen zorgen wij voor een open bar, ons lichaam is ook nog eens een liggend buffet voor de huurders van onze bedstee. Een van de belangrijkste voedingsbronnen van de huisstofmijt bestaat namelijk uit huidschilfers. En als je weet dat wij op een nacht tijd voldoende dode huidcellen verliezen om een legertje van zo’n miljoen huisstofmijten te voeden, dan weet je meteen waarom ze met z’n allen hun tenten opzetten in onze slaapkamer. Yummie! ​

Allergisch of niet?

Bijten of steken doen deze minuscule beestjes niet, waarmee ze toch een ietwat vriendelijker imago krijgen dan andere bedbewoners zoals de bedwants of de vlo. De allergische reactie, die naar schatting 5 tot 10% van de menselijke bevolking krijgt, wordt veroorzaakt door de vervellingshuidjes en de opgedroogde uitwerpselen van de huisstofmijt. Als je wekelijks je beddengoed op minstens zestig graden wast en ook je dekbed en kussens regelmatig laat reinigen, kan je de meeste mijten wel uit de weg ruimen. En voor je matras bestaan er speciale beschermhoezen die wel vocht doorlaten, maar geen beestjes. Ook je matras af en toe eens verwennen met een antimijtenbehandeling kan wonderen doen.

Ben je echter niet allergisch aan huisstofmijt? Dan hoef je niet te veel zorgen te maken over de aanwezigheid van die kleine huidvretertjes. Je longen beschikken namelijk over een soort zelfreinigende functie die de meeste stofdeeltjes die je inademt, kan neutraliseren. De uitwerpselen van de huisstofmijt hebben een doorsnede van zo’n 10 tot 50 micron, groot genoeg om niet in de longblaasjes terecht te komen en daar schade aan te richten. ​

Bovendien is het doodnormaal dat huisstofmijten aanwezig zijn in je woning, omdat ze verzot zijn op plaatsen waar stof – lees: huidschilfers, haren, schimmels, vuil, plantenvezels en pollen – zich verzamelt. Je vindt ze dus ook vaak in tapijten, gordijnen, gestoffeerde meubelen en knuffeldieren uit pluche (sorry, Teddy). Omdat we onze huizen massaal gaan verwarmen vanaf de herfst en vanaf dan ramen en deuren goed dicht houden, creëren we eigenlijk onbewust een waar mijtenparadijs. ​

Gezond samenleven met de huisstofmijt

Goed verluchten, de luchtvochtigheid beperken tot maximaal 55% en je beddengoed af en toe eens buiten in de zon leggen, dat is de boodschap om de populatie onder controle te houden. Of je het nu wil of niet: huisstofmijten leven al sinds mensenheugenis in nauw contact met ons en ze zijn here to stay. Dus kunnen we maar beter op zoek naar manieren om vreedzaam samen te leven met deze achtpotige huisdiertjes, die – geloof het of niet – ook hun nut kunnen bewijzen voor onze gezondheid.

Onderzoekers van de Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health zetten alvast de eerste stap. Zij ontdekten tijdens een studie met muizen immers dat de allergie-opwekkende moleculen van huisstofmijten interageren met een immuuneiwit genaamd SAA1, dat zich vaak in de luchtwegen en andere slijmvliezen bevindt, en zo een allergische immuunrespons veroorzaken. Werd dit immuuneiwit geneutraliseerd of uitgeschakeld, dan had de blootstelling aan de moleculen van de huisstofmijten nauwelijks effect. Verder onderzoek is uiteraard noodzakelijk, maar als de resultaten kunnen doorgetrokken worden naar mensen, kan deze vaststelling een grote doorbraak betekenen in de ontwikkeling van medicatie tegen astma en andere allergische of inflammatoire aandoeningen.

Meer over


Gerelateerde artikels