Je ziet ze een heel jaar niet en plots zijn ze er: mieren met vleugels. Is het een andere soort? Of krijgen ze plots vleugeltjes? Ga met Onze Natuur mee op ‘bruidsvlucht’ en duik mee in een wonderlijke wereld waar vrouwen regeren.  

Momenteel is het weer ideaal om eropuit te vliegen, aldus de mieren. Ze houden van zwoel, warm weer, liefst vlak voor of na een felle regenbui. En ja, de gevleugelde exemplaren zijn van dezelfde soort als de suikerstelende mieren. 

Leve de koningin! 

Wegmier werksters, larven en poppen
De werksters van de wegmier verzorgen de larven

Een mierenkolonie start met één (bij sommige soorten meerdere) bevruchte koningin. Zij produceert aan de lopende band larven om haar kolonie te bevolken met de nodige werksters. Die verzorgen het hol, brengen voedsel naar de larven en verdedigen hun volk. De koningin plant zich voort tot de kolonie enkele duizenden inwoners telt. Soms zijn er honderdduizenden werksters aan de slag in één kolonie! 

Bruidsvlucht

Gele schaduwmieren
Werksters en uitvliegende mannetjes van de gele schaduwmier

In de lente en zomer is er zoveel voedsel dat de kolonie uit z’n voegen barst. Je ziet een mierenhol dan letterlijk een stroom aan mieren uitspuwen. Op dat moment legt de koningin ook eitjes met toekomstige koninginnen (voorlopig nog prinsessen) erin én met mannelijke mieren. Beide types komen ter wereld met vleugels. Ze verlaten hun ouderkolonie allemaal tegelijkertijd en halen acrobatische toeren uit om te paren in de vlucht. De bevruchte koninginnen of ‘bruiden’ kunnen nu hun eigen volk opstarten. 

Waarom vliegen? 

Koningin en twee darren mieren
Twee mannetjes strijden om aandacht van één toekomstige koningin

De uitgevlogen mieren gaan niet meteen over tot de daad, ze vliegen eerst wat rond. Om incest te vermijden, hopen ze zo een partner te vinden van een andere kolonie. Gelukkig barsten de meeste mierenhopen gelijktijdig open, waardoor de kans op genetische uitwisseling groter is. De prinsessen laten een geurspoor van feromonen achter en de mannetjes vliegen gewillig achter hen aan. Maar de toekomstige koningin is kieskeurig: enkel de hoogste en snelste vliegers komen in aanmerking. 

De kracht van de massa

Op een ‘vliegendemierendag’ kan je het aantal mieren op vrijersvoeten onmogelijk tellen. Als die allemaal een kolonie zouden starten, zitten we al snel met een wereld bedekt onder een dikke laag mieren. Gelukkig loopt het zo’n vaart niet: onze natuur houdt zichzelf perfect in evenwicht. De overlevingskansen van een prinses zijn gering: hoewel één koningin in haar leven duizenden (misschien wel miljoenen) potentiële vorstinnen op de wereld zet, is er gemiddeld maar ééntje die in de voetsporen van haar moeder kan treden. Onderweg loeren immers vele gevaren: rovende insecten, slechte weersomstandigheden, hongerige vogels, rivaliserende mieren … 

Waar blijven die vleugels? 

Bij de mannetjes is het simpel: eens hun eenvoudige taak volbracht, sterven ze. Ze leven vaak niet langer dan een dag of twee. De bevruchte prinses, nu een koningin, eet haar eigen vleugels op alvorens een nieuwe nestplaats te zoeken. Ze heeft genoeg sperma ontvangen om een heel leven lang – soms wel 25 jaar – eitjes te leggen. Daarmee is de mierenkoningin misschien wel het langst levende insect ter wereld