De West-Vlaamse prijsduif Armando werd dit jaar geveild voor meer dan één miljoen euro, maar zijn duiven de echte topatleten onder de vogels?

Een wedstrijdduif maakt zich klaar om te landen.

In maart 2019 kreeg Joël Verschoot 1.252.000 euro voor topduif Armando, een Europees record. Armando ziet er geweldig uit met zijn groen- en paarsgekleurde hals en bloedrode ogen, maar er is meer nodig dan goeie looks om het tot prijsduif te schoppen.

Tijdens het vliegen vecht een duif constant tegen weer en wind. Je kan het vergelijken met wielrenners tijdens een tijdrit, ze moeten zo gestroomlijnd mogelijk zijn. Armando kreeg het allemaal mee van Onze Natuur: goede ogen, stevige spieren, een gestroomlijnde staart … De Usain Bolt onder de duiven.

Natuur vs training

Naast een genetische voorsprong moet een prijsduif ook getraind worden. Eerst moet de duif zijn thuis en nabije omgeving leren kennen en vervolgens wordt hij of zij steeds verder losgelaten. Om haar weg naar huis te vinden focust ze zich op bepaalde herkenningspunten, zoals kanalen, rivieren of autosnelwegen. We denken zelfs dat duiven de afritten van snelwegen volgen. Bovendien beschikken duiven over een buitengewoon oriëntatievermogen. Dat vermogen zou werken op basis van de zonnestand en het magnetisch krachtveld van de aarde.

Onderzoekers namen de proef op de som. De inzet: achttien duiven en één gigantische meteorietkrater. In zo’n krater is minder magnetische kracht voelbaar dan op de rest van de aarde. Een controlegroep werd losgelaten op plekken waar de magnetische kracht wel normaal was. Wat bleek? Slechts zeven duiven vonden meteen hun weg naar huis. De andere piloten hadden wat meer moeite om zich te oriënteren. Sommige duiven waren zelfs zo van de kaart dat het tot wel vier dagen duurde voor ze veilig thuis landden.

Het lijkt er dus op dat Armando kon rekenen op een perfecte samenloop van omstandigheden. De ideale genen en lichaamsbouw, gekoppeld aan een goede training en veel geduld.

De concurrenten

Duiven kunnen zich dus geweldig goed oriënteren, maar ze krijgen menselijke hulp bij hun training. Trekvogels daarentegen, vinden ieder jaar opnieuw feilloos hun weg terug naar België, vaak zelfs naar exact dezelfde plaats waar ze het vorig jaar hebben gebroed. Ze hebben daarvoor verschillende methodes die ze naast elkaar gebruiken. Naast een ingebouwd kompas en het focussen op herkenningspunten, maken ze ook sterk gebruik van het licht. Aan de stand van de zon kunnen ze bepalen hoe laat het is en dus ook waar het noorden ligt. Op dagen waar het minder goed weer is, richten trekvogels zich op het gepolariseerde licht. Dat zien ze in de vorm van banen die van noord naar zuid lopen. Naar waar de vogels precies trekken, is voornamelijk genetisch bepaald.

De zwarte ooievaar vindt langzaam zijn weg terug naar ons land.

De zwarte Ooievaar

De zwarte ooievaar vindt bijvoorbeeld de laatste jaren zijn weg terug naar ons land om hier te komen broeden. Ze vliegen via twee hoofdroutes naar ons land. De westelijke route begint in de droge gebieden in het Westen van Afrika, via Marokko en Spanje. Terwijl anderen uit midden Afrika of Israël vertrekken en via Turkije vliegen. Eén koppel komt de laatste jaren ieder voorjaar terug naar hetzelfde nest in dezelfde boom in het uitgestrekte Hertogenwald in de hoge venen. 

De visdief

Een ander voorbeeld is de visdief. 90% van de Vlaamse populatie visdieven komt voor in de havengebieden van Zeebrugge en Antwerpen. Ook het Zwin biedt aan talloze visdieven een onderdak. Daar komen ze ieder jaar op hetzelfde eilandje broeden. Zij maken, net als de zwarte ooievaar, gebruik van hun interne thermometer om te weten wanneer het tijd is om te vertrekken. Waarheen ze trekken en hoe ze vliegen is niet voor iedere visdief hetzelfde.

De visdief
Tijdens de lente komt de visdief onder andere naar de broedeilanden in het Zwin.

Sommigen broeden hier en trekken dan, net zoals een deel van de zwarte ooievaars, ‘s winters naar West-Afrika. Een andere groep broedt in Noord Europa, passeert hier en vliegt verder door naar het zuiden van Afrika. Zij overwinteren in Angola of trekken nog verder naar Mozambique. De derde en laatste groep visdieven komen uit Zweden, Denemarken, Finland en Noorwegen. Zij zetten koers naar landen zowel boven als onder de evenaar.

België als tussenstop

Sommige trekvogels broeden hier dus en trekken in de winter naar het zuiden. Anderen broeden in het noorden en overwinteren hier, en nog anderen gebruiken België als tussenstop. Het Zwin is bijvoorbeeld best te vergelijken met een internationale luchthaven waar het grote delen van het jaar een komen en gaan is van soorten. Allemaal zijn ze naar ergens onderweg. En allemaal hebben ze het fenomenale vermogen om ergens aan de andere kant van de wereld te vertrekken, weken of maanden te vliegen en dan op precies de juiste boom, rots of weide te landen. Eat that Armando!