Ga naar main content
Mannetje van het oranjetipje
Mannetje van het oranjetipje
Rollin Verlinde

Oranjetipje

Deze delicaat gekleurde vlinder is meer dan ooit een streling voor het oog, gezien hij vandaag heel frequent voorkomt. Hij staat synoniem met de lente, want elk jaar weer is het oranjetipje een van de eerste vlinders wiens mooie vleugels je kan bewonderen.

oranjetipje-nl.png

Herken het oranjetipje

(Anthocharis cardamines)

Wil je tijdens een wandeling op het platteland insecten zoeken, dan kan je deze mooie dagvlinder als volgt herkennen:

  • bij het mannetje zijn de vleugels wit en de apex (de bovenste punt van de vleugel) is oranje omzoomd met zwart. De vrouwtjes hebben daarentegen witte vleugels met een donkergrijze rand. Beide geslachten vertonen olijfgroene vlekken aan de onderkant van de vleugels
  • beide geslachten hebben een zwarte stip op het bovenste deel van de vleugels
  • het oranjetipje heeft een spanwijdte van 4 tot 5 cm
  • zijn poten en antennes zijn wit

De rups kan tot 30 mm lang worden. Zijn rug is lichtgroen en kan grijze of blauwachtige reflecties hebben. De zijkanten zijn witachtig en de buik is donkergroen. Hij heeft kleine, zwarte stippen over zijn hele lichaam. 

Links zit het vrouwtje, rechts het mannetje van het oranjetipje
Links zit het vrouwtje, rechts het mannetje van het oranjetipje

Op het menu

Als je de wetenschappelijke naam van het oranjetipje kent, is het niet moeilijk om te raden dat een van de waardplanten van deze vlinder de pinksterbloem of Cardamine pratensis is. De rupsen (en de imago’s of volgroeide vlinders voor de nectar) zijn gespecialiseerd in kruisbloemigen en houden van de pinksterbloem, look-zonder-look, gewone steenraket, gewoon barbarakruid, zwarte mosterd, herderstasje en ruige scheefkelk.

Leefgebied van het oranjetipje

Het oranjetipje houdt van natte weilanden, bosranden en open bossen, omdat het in deze omgevingen gemakkelijk zijn favoriete planten vindt.

Oranjetipjesliefde

Het oranjetipje is een monovoltiene vlinder en zet dus elk jaar slechts één nieuwe generatie op de wereld. Bij ons kan je de volwassen vlinders tussen begin april en begin juni zien rondfladderen. Tijdens het paren hangen de vrouwtjes meestal gedurende zo’n twintig minuten onder de mannetjes. Vervolgens leggen ze in mei-juni hun witte eieren (één per plant) aan de basis van bloemknoppen, bij voorkeur op planten in de volle zon die toch wat beschut staan. Na het leggen van de eitjes laten ze feromonen achter zodat andere vrouwtjes weten dat de plant al bezet is. Geleidelijk aan verkleuren de eieren tot ze uiteindelijk een oranje tint krijgen. Als ze uitkomen – ongeveer een week later – voeden de rupsen zich met de bloemknoppen van de planten waarop ze leven, vervolgens met de vruchten die zich aan de plant vormen en ten slotte met de bladeren.

Als het tijd is om te verpoppen (na ongeveer een maand – rond de maand juli), verhuizen de rupsen naar hoger groeiende vegetatie. Ze overwinteren in deze vorm en kunnen zelfs een jaar ‘overslaan’ voordat ze naar de volgende fase gaan, indien de omstandigheden niet optimaal zijn.

Rups van het oranjetipje
Rups van het oranjetipje

Relatie van het oranjetipje met de mens

Sinds de voorbije jaren komt deze vlinder steeds vaker voor. Na een lichte toename van de populaties sinds de jaren ’70 is het oranjetipje veranderd van een gewone vlinder in de jaren ’90 naar een heel gewone soort vandaag. Hij wordt nu vaak gezien in gebieden waar hij vroeger zeldzamer was. Het is echter wel belangrijk dat de wetlands behouden blijven, omdat de favoriete planten van het oranjetipje afhankelijk zijn van deze omgeving.

Door de opwarming van het klimaat zijn de imago’s (of volwassen vlinders) iets eerder aanwezig, tot één dag per jaar gedurende een twintigtal jaar, volgens Zweeds onderzoek.

Wist je dat het oranjetipje …

  • ook wel ‘peterselievlinder’ wordt genoemd vanwege de olijfgroene tekening op de onderkant van zijn vleugels?
  • de kleur van het mannetje in meerdere talen in de naam van deze vlinder vervat zit? In het Engels heet hij ‘orange tip’ en in het Spaans ‘punta naranja’