Ga naar main content
kraanvogel-in-vlucht-groot.jpg

Europese kraanvogel

De kraanvogeltrek in het oosten van België is dé jaarlijkse hoogmis voor vogelspotters. Tijdens hun reis van het hoge noorden naar het Middellandse Zeegebied en weer terug passeren ze met z’n tienduizenden over onze Oostkantons. Soms komen de grote, majestueuze vogels even aan land om uit te rusten. 

kraanvogel-sb.png

Herken de kraanvogel

Grus grus

Kraanvogels zijn elk jaar maar korte tijd in ons land te zien, tijdens de vogeltrek. Je kan hen bewonderen in het najaar (eind oktober/begin november) en het voorjaar (eind februari/begin maart). Op deze Facebookpagina kan je hun doorkomst opvolgen. Herkennen is niet zo moeilijk: 

  • 95 tot 120 cm groot - groter dan de ooievaar
  • spanwijdte 180 - 220 cm van vleugelpunt tot vleugelpunt
  • blauwgrijs lichaam 
  • sterk bevederde, gedeeltelijk zwarte vleugels die in rust de indruk geven van een ‘opgepofte' staart 
  • zwart-witte hals en hoofd, met rode (veerloze) vlek op het achterhoofd
  • licht gekleurde snavel en zwarte poten 
  • in de vlucht met gestrekte hals en poten, vaak in V-formatie maar niet altijd
  • trompetterende roep
vilda-kraanvogels-in-vlucht.jpg

Op het menu

Het grootste deel van het jaar eet de kraanvogel hoofdzakelijk plantaardig materiaal, waaronder bijvoorbeeld eikels, maar ook oogstresten zoals maïs. In het broedseizoen voedt hij zich ook met insecten, amfibieën en zelfs kleine zoogdieren. Een echte omnivoor! Van ‘jagen’ kan je echter moeilijk spreken: de statige vogel wandelt rustig rond terwijl hij de grond afspeurt naar lekkers. 

Leefgebied van de kraanvogel

In ons land worden enkel trekkende kraanvogels gezien, vooral boven het oosten van het land. De duizenden tot tienduizenden vogels maken gebruik van de ‘westelijke kraanvogeltrekroute’, één van de drie routes die dwars doorheen Europa leiden. 

Voor de start van hun trek verzamelen de vogels in het zuiden van Zweden - telkens aan dezelfde meren. Vandaar vliegen ze over Duitsland richting Oost-België, waar ze af en toe ook even uitrusten en ‘bijtanken’. Dat doen ze o.a. in de Hoge Venen en in de Semoisvallei. 

Dan gaat het richting Champagnestreek in Frankrijk, waar soms 80.000 vogels tegelijkertijd geteld worden aan het Lac du Der. Sommige vogels durven er zelfs een (zachte) winter lang verblijven, anderen zetten hun koers verder richting Middellandse Zee. De meerderheid overwintert in grote groepen in Extremadura in Spanje, sommigen vliegen verder naar Marokko. 

Wanneer de zon hun overwinterplek terug begint op te warmen, meestal halfweg februari, vliegen de kraanvogels terug richting voortplantingsgebied. Dat gaat meestal een pak sneller dan hun heenreis, omdat ze als eerste de beste plekjes willen bereiken. De broedgebieden van de kraanvogel strekken zich uit vanaf het noordoosten van Europa over Siberië tot in het noorden van China. In het zuiden reiken ze tot de Kaukasus en Turkije. In Nederland broedt een klein aantal kraanvogels in het uiterste noorden, op de grens tussen Friesland en Drenthe. De meest zuidelijke broedparen trekken niet weg om te overwinteren. 

Kraanvogels op hun overwinterplek
Kraanvogels op hun overwinterplek

Kraanvogelliefde

Kraanvogelkoppels blijven vaak hun leven lang bij elkaar, toch maken ze elkaar elk jaar opnieuw het hof met een spectaculaire balts. De slanke, maar imposante vogels ‘dansen’ luid roepend met elkaar om hun band te versterken en als voorbode op het liefdesspel. Ze slaan hun vleugels uit, maken pirouettes en springen metershoog in een adembenemend ballet. Heel soms kan je zelfs in ons land een baltsend paartje observeren, al is dat heel uitzonderlijk. 

Kraanvogels maken hun nest op de grond of op een soort ‘eilandje’ in ondiep water, liefst in nat grasland, broekbossen of (hoog-)veengebied. Het is een indrukwekkend bouwwerk van takjes en blaadjes. Het vrouwtje legt meestal twee eieren die na een maand uitkomen. De kuikens zijn nestvlieders, dat wil zeggen dat ze vrijwel meteen mee op pad gaan met hun ouders. Dat is ook de periode waarin de ouders door de rui gaan en tijdelijk - net zoals hun kroost - niet kunnen vliegen. Na enkele weken zijn hun vleugelpennen weer volledig aangegroeid. 

Negen weken na de geboorte kunnen ook de jongen korte stukjes vliegen. Ze hebben dan nog even de tijd om hun skills op niveau te brengen voor de grote trek. Pas na 3 tot 6 jaar zijn de jongen zelf geslachtsrijp. Tot die tijd vliegen ze mee heen en weer en verkennen ze hun toekomstige broedgebied. 

kraanvogels-met-jongen.jpg

Wist je dat de kraanvogel …

  • op z’n kop een kale plek heeft? Het ziet eruit als een felrode vlek, maar van dichtbij is er geen veertje op te bespeuren. 
  • aan 50 tot zelfs 90 km/u doorheen de lucht klieft tijdens de trek? 
  • steeds vroeger richting broedgebieden vertrekt? Een rechtstreeks gevolg van de klimaatopwarming!