De zeeën warmen op en dieren voelen dat. Verschillende soorten zijn al 1000 kilometer noordwaarts opgeschoven. Welke nieuwe vissen krijgen we hierdoor in België?

Ooit al oog in oog gestaan met een Mola Mola? Dat is de grootste beenvis op de planeet. In maart van 2019 spoelde een exemplaar van twee meter aan op een strand in Australië, maar je hoeft niet zo ver te gaan om de maanvis te zien. Zo zijn er al enkele gespot voor de kust van De Panne en in 2009 spoelde een kleiner exemplaar aan in Middelkerke.

Voor ons aanleiding om op onderzoek te gaan. Warmt onze Noordzee op en krijgen we nieuwe soorten voor onze kust?

De Noordzee warmt op

Onderzoek van het Vlaams Instituut voor Zee bevestigt dat de Noordzee de laatste 50 jaar één graad warmer geworden is. De Noordzee is een relatief ingesloten zee en bovendien ondiep, dus warmt ze sneller op dan andere zeeën. Voor ons lijkt één graad niet veel, maar voor vissen en planten is dat een immens verschil met grote gevolgen.
We kunnen niet met zekerheid zeggen dat de maanvis van De Panne een slachtoffer is van de opwarming. Hij komt voor in de warme wateren van onder andere de Caraïben en af en toe sukkelt er een verdwaald exemplaar de Noordzee in waar hij al snel sterft aan onderkoeling. Maar er is geen duidelijk bewijs voor de stijging van het aantal maanvissen in de Noordzee. Dus de maanvis is niet de kanarie in de mijn, maar andere soorten zijn dat wel.

Onze vissen trekken weg

De kabeljauw trekt noordwaarts.

Er is één grote beweging gaande in het Noordelijk halfrond, alles trekt Noordwaarts. Een belangrijke soort die die temperatuurstijging voelt en opschuift is het ruwpootkreeftje, een minuscuul kreeftje dat als voedsel dient voor jonge kabeljauwen. Het ruwpootkreeftje is al 1000km noordwaarts opgeschoven en de kabeljauwen volgen, net zoals bijvoorbeeld tong en schol. Gemiddeld zijn ⅔ van die traditionele soorten al tussen de 50 en 400 kilometer noordwaarts opgeschoven. Ook van de grijze garnaal wordt stilaan duidelijk dat ze aan het wegtrekken is. Onze traditionele vissoorten zijn dus aan het vertrekken, maar andere soorten komen in hun plaats.

de Kleine Pieterman is een van de giftigste vissen van Europa.

Nieuwe soorten

Sinds enkele jaren hebben we voor onze Belgische kust de Kleine Pieterman, een van de giftigste vissen van Europa. Hij komt oorspronkelijk vooral in mediterrane wateren voor maar de laatste tijd dus ook meer en meer bij ons. Hij graaft zich in het zand aan de waterlijn en aanraking met de stekels is bijzonder pijnlijk. Gelukkig is de remedie eenvoudig, was de wonde ter plaatse zo snel mogelijk uit met (zee)water en houd de plek zo’n 15 minuten onder warm water, dat breekt het gif af. Andere, iets aangenamere soorten die we sinds kort in de Noordzee hebben zijn ansjovis, sardines en inktvissen, ook al soorten die we vooral met de middellandse zee associëren.

Niet alleen in de Noordzee

De Noordzee is trouwens niet de enige zee die met die nieuwe soorten te maken krijgt, de noordwaartse verschuiving zie je overal. In de middellandse zee vind je tegenwoordig schorpioenvissen, die zijn via het Suezkanaal aan het opschuiven. Fijn voor duikers want ze zien er spectaculair uit, maar minder goed nieuws voor baders want ook zij hebben giftige stekels.

Een koraalduivel (soort schorpioenvis)
In de middellandse zee vind je tegenwoordig schorpioenvissen.

Onze Noordzee is de natuurlijke habitat van honderden bijzondere dieren en het ziet ernaar uit dat we er een hoop soorten bij zullen krijgen, dat is nu al het geval. Als de klimaatopwarming zich doorzet kunnen we maar beter wennen aan calamaris en gebakken sardienen in plaats van garnaalkroketten.