Ga naar main content
22-arnica-montana-ex-situ-culture.jpg
Plantentuin Meise

Zadenbank als redding voor wilde plantensoorten

Wat als … we over een technologische uitvinding beschikten die kan voorkomen dat onze inheemse wilde plantensoorten verdwijnen? Goed nieuws: die oplossing bestaat al! De zadenbank van Plantentuin Meise bevat al heel wat van de bedreigde soorten die onze natuur bevolk(t)en. Met de juiste bewaartechnieken kunnen die planten weer tot leven gewekt worden en zo de biodiversiteit van volledige landschappen helpen herstellen. Maar de tijd dringt … Steeds meer wilde plantensoorten balanceren op het randje van uitsterven. Met het project IZABEL brengt Natuurpunt de inzameling van zeldzame zaden in een stroomversnelling.

Een zadenbank, dat doet een belletje rinkelen … Zit er ergens aan de Noordpool niet zo’n enorme collectie zaden diep onder de grond in een bunker verborgen? “Klopt”, zegt Koen Es, woordvoerder van Plantentuin Meise. “Al is de Global Seed Vault op Spitsbergen dan wel specifiek in het leven geroepen om de zaden van landbouwgewassen – of hun rechtstreekse verwanten – te bewaren. Daarnaast heb je ook de Millennium Seed Bank, die in het jaar 2000 is geopend in Wakehurst, vlakbij Londen. Deze zadenbank heeft dan weer de doelstelling om zoveel mogelijk wilde plantensoorten uit de wereld te verzamelen. En dan heb je nog de regionale zadenbanken in de verschillende botanische tuinen wereldwijd, zoals die van de Plantentuin. Dit is de enige nationale zadenbank voor wilde planten in België.”

Het ontstaan van de zadenbank

Het is geen toeval dat onze Belgische zadenbank onderdak vindt in de Plantentuin. “Om verder te kweken met de planten die we in onze collectie hebben, oogsten we al jarenlang de zaden ervan”, vervolgt Koen Es. “Vooral van de eenjarigen, want die moet je elk jaar opnieuw uitzaaien. Bovendien is het binnen de gemeenschap van de botanische tuinen al sinds de 19de eeuw de gewoonte om onderling zaden uit te wisselen, dus onze zadenbank is eigenlijk organisch gegroeid doorheen de geschiedenis van de Plantentuin.” 

28-short-term-seed-storage.jpg
Plantentuin Meise

Ondertussen is die ruilhandel van zaden aan strikte regels onderworpen, omdat de focus van de botanische tuinen verschoven is naar natuurbehoud en er veel meer ingezet wordt op het verzamelen van wilde plantenzaden. “Sinds het einde van de 20ste eeuw is de zadenbank echt een onderzoeksmaterie op zichzelf geworden”, duidt Koen Es. “Welke soorten zaden zijn er allemaal, hoe hou je die zaden zo goed mogelijk kiemkrachtig, hoe moet je dat testen …? Zo is het Europese netwerk van zadenbanken (ENSCONET) ontstaan, waar heel veel knowhow wordt uitgewisseld tussen verschillende zadenbanken. Dat heeft deze specifieke wetenschap echt naar een hoger niveau getild.”

Veiligstellen van wilde plantensoorten

In de zadenbank van Plantentuin Meise worden wilde, inheemse plantensoorten uit België en Luxemburg bewaard. Om aan de doelstellingen van de Global Strategy of Plant Conservation tegemoet te komen, moet de Plantentuin minstens 75% van onze bedreigde plantensoorten in ‘ex situ’-collecties krijgen – in zadenbanken dus. Best ambitieus … “In onze zadenbank zijn vijf mensen vast in dienst, aangevuld met nog een vijftal projectmedewerkers en vrijwilligers”, weet Koen Es. “Dat is veel te weinig om het verzamelen van de zaden efficiënt uit te voeren, dus slaan we de handen in elkaar met Natuurpunt. Met het project IZABEL (Inzameling van Belgische Plantensoorten), dat financiering van de Vlaamse overheid krijgt, proberen we zo een versnelling hoger te schakelen om die doelstelling van 75% te halen.”

De focus van het project ligt op een 500-tal kernsoorten uit de rode lijst van bedreigde soorten. Sinds een jaar zijn ervaren vrijwilligers van Natuurpunt druk in de weer in Vlaanderen om de zaden van deze soorten versneld in te zamelen en ze op die manier veilig te stellen voor de toekomst.

“Als je weet dat 40% van de 1.300 wilde plantensoorten in Vlaanderen bedreigd en 5% zelfs al volledig uitgestorven is, dan weet je ook dat er dringend werk aan de winkel is”, zegt Koen Es. “In de toekomst gaan we dit project ook uitbreiden naar de andere kant van de taalgrens, want in Wallonië groeien nog een aantal bedreigde soorten die niet in Vlaanderen voorkomen.”

Zaden verzamelen, hoe begin je eraan?

Daar komt de expertise van Natuurpunt piepen, en die van haar vele vrijwilligers. Annelies Jacobs, wetenschappelijk onderzoeker bij Natuurpunt, licht toe: “Veel mensen kennen wel de meest voorkomende wilde planten in onze natuur, maar er zijn best wel wat kwetsbare soorten die de laatste jaren sterk achteruit zijn gegaan. Natuurpunt heeft sinds 2008 een databank opgebouwd via het burgerplatform waarnemingen.be, waarop een uitgebreid netwerk van vrijwilligers allerlei natuurwaarnemingen invoert. Op die manier komen we te weten waar in België de belangrijkste populaties van kwetsbare soorten voorkomen. Het behoud van wilde planten gebeurt in de eerste plaats op het terrein. Dat doen we via gericht natuurbeheer en beschermingsmaatregelen.” 

Het inzamelen van zaden kan echter een laatste reddingsboei zijn om te voorkomen dat bepaalde soorten voorgoed verdwijnen. “De volgende stap is dus om met een selectie van een vijftigtal vrijwilligers, die gespreid over Vlaanderen wonen en een enorme kennis van zaken hebben over welke planten er in hun buurt of natuurgebied groeien, de juiste zaden te verzamelen op het juiste moment”, aldus Annelies Jacobs. 

31-seed-quality-field-assessment.jpg
Plantentuin Meise

Wat zijn dat dan precies, de ‘juiste’ zaden? Welke planten komen in aanmerking voor de inzamelactie van project IZABEL? Annelies Jacobs: “Dan spreken we enerzijds van planten die nu al in de problemen zitten of met uitsterven bedreigd zijn, zoals de Spaanse ruiter – die staan dus op die beruchte rode lijst. Anderzijds gaat het om planten die het momenteel nog relatief goed doen, maar waarvan we vermoeden dat de populaties binnen tien jaar aanzienlijk zullen krimpen, zoals het grasklokje. Als we vandaag hun genetisch materiaal al inzamelen, dan is dat hopelijk nog van een zekere kwaliteit en kunnen we het later, wanneer het nodig is, inzetten om populaties te versterken of gerichte (her)introducties te doen in kader van natuurherstel. Per soort verzamelen we bovendien zaden op verschillende locaties gespreid over Vlaanderen. Zo hebben we een selectie uit verschillende biotopen, van de kust tot in Limburg, en kan genetisch materiaal worden ingezet dat bijvoorbeeld het best aansluit bij de ecologische, geografische en andere omstandigheden van het leefgebied.”

Oude en nieuwe ontdekkingen

Niet alleen het werk van de Natuurpunt-vrijwilligers en de waarnemingen uit hun eigen databank geven het IZABEL-project een stevig duwtje in de rug. “Enkele jaren geleden ben ik dankzij het digitale herbarium van de Plantentuin het knarkruid op het spoor gekomen”, vertelt Annelies Jacobs. “Een plantje dat in België zogezegd uitgestorven was, maar effectief nog voorkwam op de locatie waar het 152 jaar geleden werd gevonden. Zulke vondsten bevestigen dat het de moeite loont om toch nog eens bekende gebieden uit te kammen op zoek naar een ‘nieuwe’ – of beter gezegd: oude – soort.”

Ook een écht nieuwe plantensoort voor ons land ontdekken, is in theorie mogelijk. Al gaat het dan meestal over ‘nieuwkomers’ of exoten die vanuit het buitenland zijn binnengebracht, bijvoorbeeld via een vracht bouwmaterialen. Uit nieuw wetenschappelijk onderzoek, zoals genetische analyses, kan ook blijken dat een gekende inheemse plant toch tot een andere soort blijkt te behoren dan we altijd hebben gedacht, of dat we al die tijd met een heel overtuigende lookalike te maken hadden. Denk maar aan bermvogelmuur of de vijf verschillende soorten vroegeling in België, die nog maar recent aparte soorten blijken te zijn. “Omdat we al meer dan honderd jaar bezig zijn met alle wilde plantensoorten in kaart te brengen, zou je denken dat de kans miniem is dat je vandaag nog op een onbekende, inheemse soort botst,” aldus Koen Es, “maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit.”

zadenbank-plantentuin-02.jpg
Plantentuin Meise

Van herstel tot herintroductie

“Dat we een zadenbank moeten aanleggen, is in feite geen goed nieuws”, benadrukt Annelies Jacobs. “We doen dit niet omdat we een bepaalde plantensoort mooi vinden en die ene soort terug wat meer in het landschap willen zien. Het betekent vooral dat het op veel plaatsen niet goed gaat met onze natuur. Onze ecosystemen staan onder druk, typische soorten verdwijnen en zo’n zadenbank is dan een laatste strohalm. Sommige soorten, bijvoorbeeld akkerflora zoals de wilde korenbloem of de akkerboterbloem, hebben het vandaag enorm moeilijk omdat hun habitat vernietigd werd. Dus moeten we op zoek naar een manier om die habitat te herstellen, door het stukje bij beetje weer op te bouwen. Niet omdat het mooie bloemetjes zijn, maar omdat ze deel uitmaken van een complex en divers ecosysteem dat samen met die populatie akkerflora in duigen ligt.”

Om die kwetsbare populaties succesvol te herstellen en te ondersteunen, is het belangrijk om van alle soorten voldoende genetische diversiteit in de zadenbank te bewaren. Zomaar in het wilde weg wat zaadjes gaan verzamelen, is dus geen goed idee? “Inderdaad,” knikt Annelies Jacobs, “zo hebben de zaadmengelingen die je in een tuincentrum koopt, meestal genetisch gezien nog weinig te maken met de wilde planten die van nature in onze bermen, graslanden en akkers groeiden. Het genetisch materiaal komt vaak uit het buitenland, of werd generaties lang gekweekt volgens eigenschappen die wij als mens mooi vinden. Het is echter genetisch arm en niet aangepast aan onze lokale omstandigheden in de natuur en de samenhang met bijvoorbeeld de insecten die er voorkomen. Je kan ook geen chihuahua terug uitzetten in de natuur en beweren dat je de wolf opnieuw geïntroduceerd hebt, toch? (lacht)".

"Bovendien heb je niet alleen de authentieke zaden van inheemse populaties nodig, maar ook een kader en een doordacht plan wat je daar mee wil bereiken”, vervolgt Annelies Jacobs. “Onze natuur is als een huis opgebouwd uit bakstenen, van verschillende soorten dieren, planten ... Hoe meer bakstenen wegvallen, hoe fragieler het huis wordt. Het doel is om populaties en hun leefgebieden de beste kansen te bieden om zich te herstellen.” 

zadenbank-plantentuin-01.jpg
Plantentuin Meise

Voor God spelen

Als bepaalde populaties het moeilijk hebben omwille van habitatdestructie, moet je natuurlijk wel opletten dat je het uitsterven van de plant niet net in de hand werkt door er (te veel) zaden van te verzamelen. “Bij elke populatie, en in het bijzonder bij kwetsbare populaties, letten we er extra op dat we nooit meer dan 20% van de zaden inzamelen,” aldus Koen Es, “zodat ze zeker niet onder druk komen te staan. Het belangrijkste is dat we hen voorbij de kritieke grens trekken, zodat ze zich weer zelf kunnen handhaven in de natuur.” Annelies Jacobs vult aan: “Het is niet de bedoeling dat mensen overal in Vlaanderen zomaar lukraak zaden verzamelen. We werken volgens een strikt en wetenschappelijk protocol samen met opgeleide vrijwilligers, plantenwerkgroepen en terreinbeheerders. Zo zetten we de best beschikbare kennis in om plantensoorten en hun leefgebieden beter te beschermen.”

Anderzijds kan je met de inhoud van de zadenbank ook mirakels verrichten, door uitgestorven soorten weer tot leven te wekken en ze opnieuw te introduceren in het landschap. Zaden die optimaal gedroogd en koel bewaard worden, kunnen tot meer dan honderd jaar hun kiemkracht bewaren. Dat klinkt toch een beetje alsof je voor God gaat spelen? “Zo zou je het kunnen noemen”, knikt Koen Es. “En we hebben het effectief al gedaan met de Ardense dravik, de enige endemische plantensoort in België. Deze grassoort, die ooit voorkwam in onze speltakkers, was in 1935 uitgestorven. Maar we hebben hem in 2010 opnieuw gereanimeerd met oude zaden die we lieten kiemen. Ondertussen lopen er proeven met het herintroduceren van de Ardense dravik in de Ardennen.” 

“Het belangrijkste punt blijft dat je een soort niet zomaar op zich wil terugbrengen”, besluit Annelies Jacobs. “Er moet aan bepaalde voorwaarden voldaan worden: zo moet het leefgebied van de soort terug hersteld zijn en is er een perspectief op een leefbare populatie in de toekomst. Een herintroductie maakt deel uit van het herstel van een volledig ecosysteem, met in de eerste plaats alle ecologische processen en de soorten die daaraan verbonden zijn. Zo willen we baksteen per baksteen onze natuur weer alle kansen geven”.

De toekomst van project IZABEL

De toekomst van project IZABEL

Het IZABEL-project loopt in principe nog tot en met 2023. Tegen dan zou de zadenbank van Plantentuin Meise moeten aangevuld zijn tot zo’n 1.200 populaties van wilde inheemse planten, al is dit natuurlijk een werk zonder einde. Binnen tien jaar staan er immers weer andere soorten op de rode lijst, voor wie onze hulp meer dan welkom zal zijn.

Meer weten? Neem een kijkje op de website van Natuurpunt.

Meer over


Gerelateerde artikels