Ga naar main content
vilda-5351-mergellandschapen-yves-adams-1900-px-50779.jpg
Yves Adams

Hou jezelf warm met wol uit onze natuur

Met temperaturen die overdag soms niet boven de -6°C reiken, gaat vandaag vast de geschiedenisboeken in als de allerkoudste Dikketruiendag ooit. Voor die gelegenheid gaan we op zoek naar de allerwarmste trui, gemaakt van de wol van ‘viervoetige natuurarbeiders’: schapen die onze natuurgebieden begrazen en zo aan natuurbeheer doen. 

Die zoektocht blijkt in eerste instantie moeilijker dan gedacht. Want de schapenrassen die in Vlaanderen ingezet worden als natuurbegrazers, zijn niet geselecteerd omwille van hun zachte vacht. Nee: het zijn robuuste schapen die op schrale gronden gehouden kunnen worden en daarnaast duurzaam schapenvlees leveren. Een landbouwkundige wetmatigheid zegt dat de focus op één eigenschap altijd ten koste gaat van een andere. Schapen die gefokt worden voor natuurarbeid leveren dus maar zelden goede wol op. Ook het jarenlange grazen in weer en wind, maakt hun vacht ruwer. 

Menig herder verzucht dan ook de dag dat de schapenscheerder moet langskomen: een scheerbeurt kost meer dan wat de vachten opbrengen bij verkoop. De wol wordt eerder gezien als een restproduct, zeg maar ‘afval’, waar men op een zo goedkoop mogelijke manier vanaf wil geraken. Toch duiken er hier en daar initiatieven op om deze lokaal geproduceerde grondstof te herwaarderen. Onze Natuur klopte aan bij drie ambassadeurs van Belgische natuurwol, elk met hun eigen drijfveren en accenten. 

Wol van het Kempisch Heideschaap: een verhaal van kracht en schoonheid

Céline Lambrechts, studente Textielontwerp aan de LUCA School of Arts in Gent, is ‘Schapenkop’ van origine - geboren en getogen in de ‘poort van de Kempen’ Lier. Haar onderzoeksproject naar wollen producten als immaterieel erfgoed voelt dan ook aan als iets wat ze móest doen. 

“De Lierenaar draagt zijn bijnaam met trots en de Lierse identiteit zie je vaak terug in winkels die streekproducten verkopen. Maar meestal blijft het bij een afbeelding van een schaap of schapenkop, zelden wordt het schaap zelf erbij betrokken. In mijn vorige studie tot interieurarchitecte onderzocht ik reeds hoe we de nomadische aspecten omtrent wol kunnen herwaarderen en kunnen vertalen naar een meer hedendaagse context.”

“Momenteel ga ik als ontwerper nog een stapje verder. Ik zoek een manier om de wol van de Kempische Heideschapen van Kemp VZW, die bekend staan om hun nogal ‘stugge’ en ‘prikkelende’ vezels, om te vormen tot een functioneel en dagdagelijks object waarin de kracht en de schoonheid van het materiaal tot z’n recht komt. Ik weiger dit product te zien als afval, want het heeft zoveel goede kwaliteiten: het isoleert extreem goed, het is vuil- en waterafstotend en het kan je zowel warm als fris houden - naargelang de noodzaak.”

“In werkelijkheid valt het niet mee om zo’n stugge vezels om te vormen tot een aantrekkelijk gebruiksvoorwerp. Omdat de wol kwalitatief minder waardevol is, moet er extra aandacht besteed worden aan het uitselecteren van geschikte vachten en vezels. Dat is een arbeidsintensief proces, maar het is niet onmogelijk. Het resultaat is allesbehalve glad en effen, zoals we dat gewoon zijn van bijvoorbeeld merinowol. Maar voor mij zit de schoonheid en de kracht van het materiaal net in de oneffenheden in kleur en textuur. Je ziet het ambacht rechtstreeks terug in het product en dat vind ik een grote meerwaarde.”

Mergellandwol: Limburgse schapen bevoorraden online wolwinkel

Ook Frank Ribbens, een Brusselse IT-er én breiliefhebber, houdt van de ‘brute en echte’ look van natuurwol. In zijn online wolwinkel greenerwool.com vind je dan ook alleen maar lokaal geproduceerde en/of biologische garens. Met als kers op de kaart de enige echte ‘Mergellandwol’, een dik en ruw garen dat Frank produceert van wol die hij haalt bij een kudde Mergellandschapen van Natuurpunt

“Het Mergellandschaap is een oud en zeldzaam ras dat de nodige bescherming geniet omdat het met uitsterven bedreigd is. Het zijn taaie schapen met lange haren, die floreren op de kalkrijke graslanden van het Limburgse Mergelland. Hun vacht is lang, maar toch wordt er vaak van gezegd dat ze alleen maar ‘tapijtwol’ voortbrengen. Desondanks was ik in 2017 vastbesloten om de uitdaging aan te gaan en een lokaal, Belgisch garen te ontwikkelen.”

“De wol die ik ging ophalen bleek inderdaad wat meer voorbereidingswerk te vergen dan gewoonlijk. De vachten moeten streng uitgesorteerd worden, ondergaan een intensief wasproces en bij het ‘kammen’ gaan veel vezels verloren. Na die stappen blijft er slechts 30% van de oorspronkelijke massa over. Daarmee rij ik naar een spinnerij in Groot-Brittannië die gespecialiseerd is in het maken van ‘single breed yarns’, garens afkomstig van één enkel schapenras. In de meeste spinnerijen wordt de wol van verschillende rassen met elkaar gecombineerd, om zo elkaars minpunten op te vangen.”

“Enkele weken later wordt mijn nieuwe voorraad aan bollen wol dan geleverd. Het resultaat is een strak garen van 100% Mergellandwol met een natuurlijke look. Ook de ‘feel’ is trouwens heel natuurlijk: niet iedereen kan de wol op zijn huid verdragen omdat de grote vezels kunnen gaan prikken. Maar als bovenkledij of voor een warme deken, is het uiterst geschikt. En je kan met trots zeggen dat je een écht Belgisch streekproduct draagt!”

Spinnen en vilten met lokale schapenwol

Johan Bauwens is zo iemand die zijn eigen truien maakt, van ruwe wol tot ambachtelijk eindproduct. In het Khansenhof, waar hij samen met zijn vrouw Karin Hansen trouwens ook zelf angorageiten fokt, organiseert hij workshops om zijn kennis over wolbewerking door te geven. 

“Wij doen hier alles wat met wol te maken heeft: we spinnen garens, vilten vachten, kleuren wol met plantaardige stoffen, weven met gesponnen of ongesponnen wol … We krijgen geregeld vachten van natuurgrazers binnen, bijvoorbeeld het Kempisch heideschaap, waar we mee aan de slag gaan. Die wol prikt op de huid omdat zijn vezels een diameter hebben van meer dan 19 micron (0,019 mm). Toch dragen we op winterse dagen zoals deze graag zulke truien. Ze zijn zo warm dat je geen jas hoeft te dragen. Bovendien zit er nog wat vet (lanoline) in, waardoor ze water afstoten. Wol neemt haast geen vieze geurtjes op. Ideaal voor buitenklusjes!”

“Maar meestal gebruiken we de wol van natuurbegrazers om er een vacht mee te vilten. Dat is een diervriendelijk alternatief voor de gelooide schapenvacht op je vloer. Na een grondige voorbereiding leggen we aan de ‘scheerkant’ dunne laagjes wol in verschillende richtingen op elkaar. Daarna wrijven we de vezels met water en zeep in elkaar tot een dichte vilt. Aan de andere zijde ziet het eruit als een doorsnee schapenvacht mét vel. Het grote voordeel: je kan hem gewoon in de wasmachine gooien en wassen met een wolprogramma. Doe dat met een gelooide vacht en hij komt er beenhard uit.”

“Ik vind het zonde dat schapenwol een slechte reputatie heeft, want het is zo’n veelzijdig product. Door middel van vilten, maken we bijvoorbeeld ook heerlijke pantoffels en stoere hoeden. En ook in de bouwsector is een rol weggelegd voor wol: het is een perfect middel om je muren mee te isoleren op een natuurlijke manier - en voor die toepassing hoef je geen ‘ongeschikte vezels’ weg te gooien. Toch blijft het een duur product, waardoor het helaas maar weinig gekozen wordt als isolatiemiddel.”

Oog in oog met grazende schapen

Oog in oog met grazende schapen

Wil je deze viervoetige natuurarbeiders met hun dikke trui graag eens live aan het werk zien? Klik hier voor een overzicht van natuurgebieden met natuurlijke begrazers. 

Lees meer

Meer over


Gerelateerde artikels