Met haar geel-zwarte strepen en felgroene ogen is de gewone bronlibel een opvallende verschijning. Het grootste deel van haar leven leeft ze onder water, als larve ingegraven in de bodem. 

Bronlibel voortplanting

Herken de bronlibel

De gewone bronlibel is een van onze grootste libellen en heeft enkele opvallende kenmerken: 

  • Libel oevers beekgroene ogen, die elkaar bovenaan de kop in één punt raken 
  • zwart en geel gestreept borststuk
  • zwart achterlijf 
  • twee gele vlekjes in het midden van elk segment
  • twee kleine streepjes achteraan elk segment 
  • ongeveer 8 cm lang (10 cm spanwijdte)

Op het menu

De bronlibel jaagt boven het water, maar ook op andere plaatsen waar veel insecten te vinden zijn. Ze vliegt dan snel heen en weer op één of enkele meters hoogte om onderweg vliegend lekkers te onderscheppen. 

Leefgebied

Voor hun voortplanting zijn bronlibellen afhankelijk van schoon, koel en zuurstofrijk water, zoals in beschaduwde bronbeekjes. Hun larven komen immers enkel tot ontwikkeling bij een lagere temperatuur. De volwassen exemplaren gaan van eind mei tot eind augustus op jacht naar insecten op zonnige plekjes in de wijde omgeving van hun voortplantingsbron, zoals bredere beken, paden of graslanden. 

Omwille van de strenge eisen die de bronlibel stelt aan haar leefgebied, komt ze niet algemeen voor in onze natuur. In de Ardennen en Belgisch Lotharingen wordt de bronlibel nog vrij regelmatig waargenomen. In Vlaanderen duikt ze soms op in de Limburgse Kempen en het Maasland; en meer westelijk in het Pajottenland en de Vlaamse Ardennen. 

Libellenliefde

Voortplanting libelDe mannetjes jagen niet alleen op insecten, maar gaan ook op vrouwenjacht. Ze patrouilleren dan urenlang traag heen en weer, laag boven het water van geschikte beekjes. Ze reageren agressief op elke ontmoeting met een ander mannetje, in de hoop er als eerste bij te zijn als er zich een gewillig vrouwtje aandient. Wanneer het zover is, overvalt het mannetje zijn verovering om zo snel mogelijk een ‘tandem’ te vormen (zie foto). 

Het koppel vliegt nu even weg van het water, naar een rustig plekje om te paren. Als dat gebeurd is, gaat het vrouwtje op zoek naar een geschikte plek om haar eitjes af te zetten. Dat doet ze door het achterlijfje op en neer in het water te dopen, waarbij ze de eitjes al dansend in het slib achterlaat.  

Wanneer de larven uitkomen, hebben ze een lang leven onder water voor de boeg. In het beste geval, transformeren ze al na twee winters in een volwassen libel, maar meestal duurt het drie, vier of zelfs vijf winters. Als de larve er klaar voor is, kruipt ze uit het water en klimt ze enkele tientallen centimeters in de hoogte. Ze werpt haar larvenhuid af en gaat vanaf nu door het leven als libel. 

Relatie met de mens

De gewone bronlibel is helaas helemaal niet zo ‘gewoon’. Ze stelt hoge eisen aan haar omgeving en is daardoor enkel te vinden in schone en zuurstofrijke beekjes. Daardoor is de bronlibel ook erg gevoelig, bijvoorbeeld aan menselijke activiteiten die de zuurstofhuishouding beïnvloeden (zoals landbouwbemesting). 

Wist je dat de bronlibel … 

  • er niet voor terugdeinst andere libellen op te eten?
  • zich als larve ingraaft in de bodem? Ze is dan aangewezen op ‘toevallige voorbijgangers’ als enige voedselbron. 
  • flink lawaai maakt als ze vliegt, omdat ze zo groot is? 
  • haar poten gebruikt als ‘net’ om insecten te vangen tijdens het vliegen?