Bivakkeren in België: dat wilden we wel eens uitproberen! Wildkamperen is verboden in Onze Natuur, maar op erkende bivakzones krijg je een ervaring die héél dicht in de buurt komt. Samen met mijn lief ging ik op pad. Hij een ervaren avonturier, ik een enthousiaste beginneling.

We kozen voor een meerdaagse wandeltocht. Dat vergt enige voorbereiding. Omdat mijn lief de grootste impulsieveling van de Lage Landen is en ik een nieuweling ben, bleef dat huiswerk om eerlijk te zijn minimaal… Dat maakte onze tocht moeilijker, maar ook des te avontuurlijker.

De (minimale) voorbereiding 

Op de website van de bivakzones kan je per provincie of streek bekijken waar de kampeerzones zijn en welke wandel- of fietsroutes in de buurt liggen. Wij kozen voor het langeafstandspad “Entre Lesse et Lomme”, een wandelroute van 78 kilometer in Libin (provincie Luxemburg). Omdat je bijna non-stop in de natuur bent, mag je er op drie plaatsen overnachten. De voorwaarden? Je laat alles netjes achter, je zorgt dat het vuur uit is als je gaat slapen en je hebt respect voor de natuur.

Op trekkings.be lazen we een wandelverslag over deze route. We moesten de bordjes met groene vierkanten volgen en het zou handig zijn om aan hotel Ry des Glands te beginnen. Daar was een grote parking waar we de auto enkele dagen veilig konden achterlaten. Het lief ging nog eens globaal door het verslag, maar de rest wilde hij graag zelf ontdekken. “Meer avontuur!” was het motto.

Overlevingstocht les 1 

voeding om te overlevenOp maandagochtend maakten we eerst een stop bij de supermarkt om proviand in te slaan voor drie dagen. Ik had thuis al enkele dingen in mijn rugzak gestoken zoals thee, tomaten, mozzarella en een avocado. Toen het lief dat zag, kreeg ik mijn eerste les over survival “we gaan niet picknicken, maar op overlevingstocht. Komende dagen leven we op droogvoeding.”

Dus kochten we instant noodles, pastazakjes, crackers en sandwiches. Professionele wandelaars zouden hier kiezen voor echte kampeermaaltijden en energierepen, maar dat vind je niet in elke winkel. We staken ook elk 2 liter water in onze rugzak in de hoop dat er op de bivakzones waterpompen aanwezig zouden zijn.

Pintje

Maandagmiddag kwamen we aan op de parking. Nadat het lief nog een laatste keer de overbodige dingen uit mijn rugzak kieperde, kon onze tocht beginnen. Van de auto tot de eerste bivakzone zou het zo’n 15 kilometer wandelen zijn. De zon scheen, hij stal mijn hoed, we stelden onze rugzakken af en verdwenen in het bos.

Het pad leek rustig te beginnen, maar liep al snel de hoogte in. “Beter nu dan op het einde van de dag,” stelden we onszelf gerust terwijl andere wandelaars ons voorbijstaken. De groene vierkantjes wezen ons de weg en wie het eerst een bordje zag kreeg later een pintje van de andere. Op ongeveer elke 3 km van de route waren checkpoints voorzien. Handig om te checken of we de juiste richting uitgingen.

Overlevingstocht les 2 

Rond zes uur ’s avonds kwamen we uitgeput aan op bivakzone Bois de Biolin. Toch wel een klein beetje opgelucht dat we alles goed gevonden hadden. Er waren enkele bankjes en een plek om vuur te maken. De ervaren avonturier begon onmiddellijk aan een kampvuur. Ik keek rustig toe terwijl er nog andere gasten arriveerden. Voldaan, moe, gelukkig en hongerig werden de tenten opgezet en de potjes gekookt.

Na het eten raakten het lief en ik aan de praat met een gepensioneerde Nederlander die er wel vaker in z’n eentje opuit trekt. Hij merkte op dat we zuinig moesten zijn met ons water, want op deze bivakzone was helaas geen waterpomp aanwezig. De Nederlander raadde ons aan om volgende keer jodium- of chloordruppels mee te nemen. Die kan je gebruiken om in noodgevallen water drinkbaar te maken (alleen in noodgevallen dus, want erg gezond en lekker is het niet).

Bij het vallen van de nacht kropen we in ons tentje en dat was helaas minstens zo oncomfortabel als ik had verwacht. Ik voelde elk takje doorheen mijn matje, maar gelukkig was ik zo moe dat ik meteen in slaap viel.

Meer avontuur

Voor 9u moet je tentje opgeruimd zijn en mag je weer vertrekken. De meeste wandelaars vertrokken al veel vroeger, maar wij wilden alles liever op het gemak doen. In theorie stond er vandaag 23 km op het programma, maar met nog maar 2 liter water zou dat nogal riskant zijn … Dus besloten we na een crisisoverleg om de route in te korten en meteen naar de derde bivakplaats te stappen. “Geen probleem, meer avontuur!”

Via de kortere route kwamen we langs het dorpje Redu. We vonden er helaas geen winkel, maar wel een openbaar toilet waar we onze flessen konden bijvullen. En een terrasje in de zon, waar we klonken op de mooie tocht.

Daarna liepen we verder naar de bivakzone aan de Lesse. Tot onze grote verbazing waren er nog wandelaars die we de vorige avond hadden gezien. We waren dus niet de enige die een shortcut hadden gemaakt! De idyllische kampplaats aan het water bracht ons onmiddellijk in vakantiestemming. We vlijden ons neer in het gras en vielen eventjes in slaap onder de zon. We kookten onze pastazakjes terwijl de zon achter de bomen verdween.

Kuitenbijters 

De volgende ochtend moesten we nog zo’n 10km stappen tot aan de auto. Makkelijk, dachten we, maar de wandeling liep stevig de hoogte in. “Veel kuitenbijters vandaag,” zei het lief. Voor wat hoort wat: ondanks de pijn genoten we van elke stap, want dit was gelukkig het mooiste deel van de route.

Toen het wandelpad eindigde bij de parking, begon het voor het eerst in drie dagen te regenen. “Daar hebben we weer geluk gehad,” spraken we over het weer zoals echte Belgen. We stapten tevreden in de auto en stelden de GPS in naar de Ikea. Want hoe kan je zo’n geweldig avontuur beter afsluiten dan met Zweedse balletjes?