Vlinders in de winter? Dat lijkt even gek als sneeuw in augustus, en toch verzinnen we dit niet. Meer nog: wintervlinders komen massaal bij ons voor in deze periode! 

Om te kunnen vliegen, hebben vlinders warme spieren nodig. Dat beweerden we althans in een eerder artikel. Maar wintervlinders hebben lak aan die wetenschap! Deze nachtelijke insecten floreren pas na de eerste nachtvorst en hebben van de kou hun sterkte gemaakt. Dat ze kunnen fladderen in de winter, is trouwens niet hun enige straffe eigenschap …

1. Trage fladderaars 

Wintervlinders kunnen vliegen met een lichaamstemperatuur van amper 5°C. De natuur heeft hen daarvoor perfect aangepast. Ze fladderen veel trager dan hun zomerse familieleden. Op die manier verbruiken ze minder energie. 

2. Veilig in de vrieskou 

Ze mogen dan wel trager vliegen, toch hebben volwassen wintervlinders vrij goede overlevingskansen. Dat komt omdat de grootste vlindereters – vleermuizen – nu in winterslaap zijn. 

3. Grote en kleine wintervlinder 

Bij ons vliegen er twee soorten rond: de grote en de kleine wintervlinder. De grote is bruin met een variabel vlekpatroon, de kleine is grijs met iets donkerder banden. Beide leven ze in de buurt van de loofbomen waar hun rupsen van eten. 

Kleine wintervlinder
Kleine wintervlinder
Grote wintervlinder
Grote wintervlinder

4. Wintervlinders hebben nooit honger 

Koude temperaturen, op zoek gaan naar een partner en zich voortplanten … Zo ziet het dagelijkse leven van wintervlinders eruit en toch hebben ze geen honger! Ze verbruiken de reserves die ze als rups hebben opgedaan, want in volwassen stadium hebben ze niet eens een mond… Elk nadeel heeft z’n voordeel: ze hoeven geen energie te verspillen aan het zoeken naar voedsel. 

5. Vlinder zonder vleugels 

Over energie besparen gesproken: de vrouwelijke wintervlinder gaat daarin nog verder. Ze heeft geen vleugels en steekt al haar energie in het aanmaken van eitjes. Ze kruipt na het ontpoppen via een boomstam omhoog, in de hoop er een mannetje tegen te komen. 

6. Acrobatisch paargedrag 

Parende kleine wintervlinders tegen boomstam
Parende kleine wintervlinders

De mannelijke wintervlinder zit hogerop te wachten op een vrouwtje. Tijdens de daad wil hij haar wel eens mee van de grond laten gaan, door de paring al vliegend verder te zetten. 

7. Makkelijk te spotten 

Als je op deze korte dagen in het donker rondrijdt, kan je ze makkelijk zien vliegen. In de buurt van bomen en struiken zijn ze overvloedig aanwezig. Het meeste kans heb je bij valavond, als de temperatuur enkele graden boven nul blijft. In het licht van bijvoorbeeld je fietsverlichting vallen ze des te meer op. Ga ook eens kijken op de stam van een boom, bijvoorbeeld een eik. Daar zitten de mannetjes soms met tientallen bij elkaar. 

8. Lichtvervuiling brengt mannelijke wintervlinders in de war 

De vrouwtjes, die niet vliegen, scheiden feromonen af om mannetjes tot bij hen te lokken. Maar in de buurt van straatverlichting raken de mannetjes van slag. Ze zijn immers gewend om in het donker te paren en waar al te veel licht door de bomen schijnt, wordt de paring verstoord. 

9. Een kort leven 

Enkele dagen, maximaal een week: langer heeft een wintervlinder niet te leven. Dat kan ook niet, zonder te kunnen bijtanken met voedsel. Het vrouwtje verlaat in veel gevallen haar geboorteboom zelfs niet. Ze komt er uit als rups, verpopt zich tot vlinder en zet er haar eigen eitjes weer af. 

10. Een toekomst als vogelvoer

De eitjes die nu gelegd worden door wintervlinders, komen massaal uit in het voorjaar. De rupsen eten zich dan vol met ontluikende lentebladeren. De rupsen vormen een lekker hapje voor de zangvogels die op dat moment hun kroost grootbrengen.