Ga naar main content
veldhommel-bombus-pascuorum.jpg

Akkerhommel

Hoewel deze kleine, ronde bestuiver erg goed lijkt op sommige bijen is de hommel niet het mannetje van de bij zoals sommigen denken. Wat zijn hommels dan wel? Hommels zijn wilde bijen. Wist je dat in België alleen al bijna dertig soorten hommels leven? De meest voorkomende is de akkerhommel.

Alles wat je moet weten over de akkerhommel

De akkerhommel herkennen

(Bombus pascuorum)

De akkerhommel is een vrij algemene hommel die je van bloem tot bloem ziet vliegen. Hij wordt dan ook makkelijk verward met andere hommels, zoals de moshommel, maar ook bijen. Wil je weten hoe je hem toch meteen herkent? Ontdek hieronder de belangrijkste kenmerken van de akkerhommel.

  • De werksters zijn 9 à 15 mm lang. De koninginnen zijn nog groter: 15 tot 18 mm
  • Het bovenste deel van de rug heeft een pluk oranje haren
  • Zwart of donkergrijs gestreept achterlijf en crèmekleurige buik
  • Geen witte tekening in tegenstelling tot de grondhommel

Op het menu

Zoals alle bestuivers is de akkerhommel dol op stuifmeel en nectar. Hij is geen kieskeurige eter. Hij zoekt fruitbomen en bloeiende planten. O.a. appelbomen, sleedoorns, kersenbomen, muurbloemen, bernagie, paardenbloemen en lavendel staan op het menu. Dankzij hun lange tong kunnen akkerhommels makkelijk bij de meeldraden onderin een bloem. Volgens verschillende waarnemingen zijn meer dan 270 planten in ons land een bron van voedsel voor deze hommels.

Leefgebied

De koningin van een akkerhommelvolk bouwt een nest op of in de grond en bedekt het met mos, bladeren en wortels. Daarna brengt ze een laagje was aan op het nest. Sommige akkerhommels nestelen zich in oude vogelnesten. Ze kunnen ook een composthoop, droog gras, oude vogelnesten of zelfs spleten in gebouwen gebruiken. Het is niet ongebruikelijk dat een akkerhommel samenleeft met een andere gastheer zoals bv. de gewone koekoekshommel (Bombus campestris). De akkerhommel vindt snel een leefgebied en past zich makkelijk aan zolang er maar een grote verscheidenheid aan bloemen te vinden is. Zo vind je akkerhommels van het zuiden van Spanje tot aan de poolcirkel.

Akkerhommels leven in kolonies die niet langer dan een jaar overleven. Het jaar nadien nemen de jonge prinsessen de leiding over en stichten ze een nieuwe kolonie.

Akkerhommelliefde

Een kolonie hommels wordt in principe door één enkele koningin gesticht. Zij houdt zich tijdens de winter schuil op een veilige plek, het zogenaamde ‘hibernaculum’ of ‘hibernarium’. Een insectenhotel is de ideale schuilplaats. Vanaf maart start de koningin met de bouw van een nest waar ze cellen maakt om stuifmeel in op te slaan. Dat zal later dienen als voedsel voor haar larven. Wanneer ze haar eieren heeft gelegd, duurt het 3 tot 5 dagen vooraleer de larven uit hun ei komen. Zij krijgen meteen een royale portie voedsel van hun moeder die stuifmeel en nectar opeet en het vervolgens uitbraakt voor de hommellarven. Deze braaktechniek (trophallaxis) is een manier om het voedsel voor te verteren. Dat gebeurt in de tweede maag, een speciale nectarmaag. Bijen en mieren voeden hun larven op dezelfde manier. Na twee weken zijn de larven volwassen. 

De eerstgeboren hommels zijn de werksters. Zij helpen de koningin met het voederen van de andere hommels in de kolonie door het stuifmeel dat aan hun pootjes blijft hangen na een bloembezoek binnen te brengen in het nest. De hommels die instaan voor de voortplanting binnen de kolonie worden pas later geboren, meestal in juli en augustus. Aan het eind van het hommelseizoen telt de kolonie al snel meer dan honderd individuen. Zij blijven nectar verzamelen tot de herfst begint en de mannetjes en de toekomstige koninginnen paren. Daarna sterven de akkerhommels, inclusief de koningin. Enkel de jonge, bevruchte vrouwtjes overleven en zoeken hun winterschuilplaats om de volgende lente hun eigen kolonie te stichten.

Relatie met de mens

Zoals veel insecten kreeg de akkerhommel het zwaar te verduren de laatste decennia. Al is deze hommel wel een van de soorten die zich makkelijk aanpast aan ecologische veranderingen. De akkerhommel is een echte survivor en kan zelfs in stedelijke gebieden overleven. Chemische insecticiden en pesticiden zijn niet de enige boosdoeners die de algemene achteruitgang van hommels in ons land in de hand werkt. Hommels zijn gevoelig voor de opwarming van de aarde. In de afgelopen eeuw is 17% van de totale Europese hommelpopulatie verdwenen, vooral in gebieden waar het opmerkelijk warmer en droger is geworden.

Hommels zijn, in tegenstelling tot wat sommige mensen denken, helemaal niet agressief en ze vallen geen mensen aan met hun angel. Hommels zijn een van de belangrijkste bestuivers van planten en voedselgewassen in onze gebieden. Met de lange, grove haren op hun kleine lijf vangen ze makkelijk stuifmeel dat ze vervolgens op een volgende bloem of plant achterlaten. Zo zorgen akkerhommels voor de bevruchting van heel wat gewassen. De akkerhommel is dan ook essentieel voor het voortbestaan van ons ecosysteem.

Wist je dat de akkerhommel ...

  • kolonies vormt tot wel 150 hommels bij elkaar?
  • een nest in de grond maakt, net zoals de grijze zandbij?
  • een van de meest verspreide soorten op onze planeet is?