Grote zwermen mestkevers beroerden afgelopen week de gemoederen in Vlaanderen en Nederland. Waar komen ze plots vandaan? Moeten we ons zorgen maken? En wanneer vertrekken ze weer? 

Waarom zoveel mestkevers? 

De foto’s van de zwermen mestkevers die momenteel in onze tuinen en op onze muren verzamelen, liegen er niet om: ze zijn met veel. Het gaat om duizenden exemplaren van de Aphodius contaminatus (geen Nederlandstalige naam) die vooral van paardenmest houdt. Het is een kever die normaal bij ons voorkomt maar de aantallen zijn dit jaar uitzonderlijk. Waarom dat zo is, daar zijn wetenschappers nog niet uit. Mogelijk komt het doordat steeds meer landbouwers tegenwoordig terug organische mest gebruiken in de plaats van kunstmest. Maar het kan ook dat de weersomstandigheden dit jaar gewoon ideaal zijn. 

metkevertjesFoto: Ilse Tyncke (Kruishoutem)

Geen paniek

Reden tot paniek is er volgens mestkever-expert Tanja Milotic van het Instituut voor Natuur- en BosOnderzoek (INBO) niet: ‘Dat er nu zoveel mestkevers rondvliegen, wil zeggen dat ze net massaal volwassen geworden zijn. Ik ben er zeker van de natuur dat overaanbod snel zal oplossen: het is uitstekend voer voor vogels en vleermuizen die zich voorbereiden op de winter. Bovendien zal bij elke koudeprik een groot deel van de kevers sneuvelen. Op die manier wordt het evenwicht snel hersteld.

Soorten mestkevers

Er zijn verschillende soorten mestkevers en die zijn onder andere te onderscheiden aan de manier waarop ze met hun onappetijtelijk voedsel omgaan. De kevers die nu zo talrijk opduiken zijn dwellers, soorten die letterlijk in de mest wonen en er hun volledige voortplantingscyclus in doormaken. In België komen ook tunnelgravende soorten voor. Die verzamelen kleine bolletjes mest, sleuren die de gangen in die ze onder de mest graven en leggen daarin hun eitjes. Mestrollersdie immense mestballen voor zich uit duwen, komen niet voor in ons land. Maar hoe onze mestkevers ook met mest omgaan, ze zijn belangrijk voor ons ecosysteem.

Verspreiding van zaden

Milotic deed voor haar doctoraat onderzoek naar de rol van mestkevers in de verspreiding van zaden. ‘Daar spelen de kleine kevers een heel belangrijke rol in. Wanneer planteneters zaden opeten, passeren die vaak intact hun spijsverteringsstelsel. In zo’n koeienvlaai of paardenvijg vind je dan ook een hoge concentratie aan zaden en dat is voor de plant niet interessant, die wil haar zaden immers over een zo groot mogelijke oppervlakte verspreiden. Mestkevers verspreiden de mest, waardoor de plantenzaden toch nog op andere plekken terechtkomen.’ 

Vruchtbare grond 

Goed nieuws voor de planten dus, maar ook onze bodem vaart er wel bij. ‘Wie paarden houdt, heeft misschien al wel eens kleine gangetjes zien verschijnen onder een stapel paardenmest’, vertelt Milotic. ‘Dat is typisch voor tunnelgravende mestkevers die bemesten de diepere lagen van de bodem, een proces dat zonder de kever veel langer duurt.’

Mestkevers voorkomen ziektes

Milotic ziet nog meer voordelen van de mestkever. ‘Het beestje verlaagt ook de infectiedruk op weides. Doordat de mest – samen met potentiële ziektekiemen – sneller in de grond opgenomen wordt, herbesmetten dieren zichzelf minder snel.’ 

Dat mestkevers zo’n grote impact hebben op vee, werd pijnlijk duidelijk toen zo’n anderhalve eeuw geleden in Australië runderen geïmporteerd werden. Milotic: ‘De inheemse mestkevers trokken hun neus op voor de natte koeienmest, ze waren immers aangepast aan de droge, harde keutels van buideldieren. De mest bleef dus liggen op de weilanden waardoor parasieten zoals lintwormen en vliegenlarven vrij spel hadden, wat serieuze gezondheidsproblemen en heuse vliegenplagen met zich meebracht. Na de koeien, werden dus ook massaal mestkevers uit het Westen geïmporteerd

Is dat dan niet onhygiënisch? 

Een insect dat van mestbal naar mestbal vliegt, dat klinkt niet erg appetijtelijk. Gelukkig zijn mestkevers erg selectief: ze hebben geen enkele interesse in ander voedsel dan mest en de kans dat ze ons eten besmetten is dan ook nihil. Als ze op onze muren terechtkomen, zullen ze daar ook niet lang blijven want ze zijn maar geïnteresseerd in één ding: mest.