In het dierenrijk hebben mannetjes vaak andere kenmerken dan vrouwtjes. Dat fenomeen heet ‘seksueel dimorfisme‘. Denk bijvoorbeeld aan het imposante gewei van een edelhert of de slagtanden van een wild zwijn. Maar nog vaker zijn het de kleuren die weggeven of je met een mannetjes- of vrouwtjesdier te maken hebt.

Kan jij raden of je een mannetje of vrouwtje ziet? 

 

De felle kleuren van mannetjesvogels komen in regel voor bij soorten die er meerdere partners op na houden. De mannetjes imponeren er hun potentiële partners mee, terwijl de vrouwtjes schutkleuren hebben om niet op te vallen tijdens het broeden. Monogame vogels hebben minder nood aan een opvallend verenkleed. De seksuele voorkeur wordt trouwens al in het nest aangeleerd, op basis van imprinting. Van bij het openen van hun ogen, zien de jonge kuikens meteen wie de vader- en wie de moederrol opneemt. Later zullen de jonge vrouwtjes een partner kiezen die eruitziet zoals hun eigen vader en omgekeerd.