Als het koud is buiten, trekken wij gewoon een extra laagje aan. Onze dieren moeten het met één vacht stellen, de ganse winter door. Hoe houden zij hun interne thermostaat op peil, met temperaturen die in één seizoen kunnen variëren van -10°C tot +15°C? 

Strategieën om de winter door te komen

Sommige dieren zetten hun leven ‘s winters op een lager pitje, door in winterslaap of winterrust te gaan. Andere nemen het zekere voor het onzekere en trekken naar het zuiden om daar te genieten van warmere temperaturen. Maar vandaag focussen we op dieren (met een vacht) die in de winter wél gewoon bij ons blijven en hun dagelijkse leven door weer en wind verder zetten. 

Wintervacht 

In de herfst verharen zulke dieren. Ze vervangen hun lichte zomervacht dan door een dikke wintervacht. Soms is dat heel opvallend, bijvoorbeeld bij de wezel en de hermelijn. Die kleine roofdieren worden in het hoge noorden (bijna) helemaal wit, maar ook bij ons verkleuren ze deels. 

Een warme luchtlaag

Behalve de soms afwijkende kleur, is een wintervacht vooral langer en dikker dan een zomervacht. Zo kan de lichaamswarmte beter vastgehouden worden. Het zijn niet de lange haren op zich die voor een warm gevoel zorgen, maar de laag stilstaande lucht die ze ‘gevangen’ houden. Hoe dikker de vacht, hoe meer lucht erin past en hoe hoger de isolatienormen die gehaald worden. Witte haren isoleren beter, omdat er door het gebrek aan pigment plaats vrijkomt voor extra lucht. Soms zorgt een wollige ‘ondervacht’ in de winter voor nog meer isolatie. 

Holle haren zijn warmer

Ree met wintervacht in de sneeuwNiet alleen de dikte van de haren speelt een rol, ook de structuur heeft impact op de warmtehuishouding van een dier. Bij sommige soorten, vooral hoefdieren zoals reeën en edelherten, bestaat de wintervacht holle haren over het ganse lichaam. Het pigment blijft aanwezig, maar toch komt er extra plaats vrij voor lucht. Wolven hebben trouwens ook zulke stevige, holle winterharen, die extreem goed isoleren. 

Een dikke trui aantrekken?

Maar krijgen dieren met die dikke vacht het dan niet veel te warm in een zachte winter? Gelukkig niet. Door hun haren rechtop te zetten (vergelijk het met ons ‘kippenvel’ als we het koud hebben) verdikken ze hun winterjas. Omgekeerd kunnen ze hun haren iets dichter tegen het lichaam leggen als ze minder warmte nodig hebben. Ze doen dus niet aan méér laagjes, maar aan één dikkere laag!