Vijftig tinten grijs en toch is de klapekster wondermooi om te zien. Er hangt echter een luguber kantje aan deze gemaskerde vogel: hij spietst zijn prooien genadeloos op doornen van struiken. 

Alles over de klapekster

Herken de klapekster (Lanius excubitor

Hij heeft wat weg van zorro, met z’n zwarte oogband en vleugels. Je hebt het meeste kans om hem te spotten in opvallende uitkijkposten (grote bomen) op bijvoorbeeld ruig heidegebied. Lees hier de kenmerken van de klapekster nog eens na: 

  • Uiterlijk van de klapekster21 – 26 cm lang (vergelijkbaar met een merel
  • Rug en kruin lichtgrijs, witte onderzijde
  • Zwart masker
  • Zwarte vleugels met witte vlek
  • Lange, zwarte staart met witte rand 
  • Haaksnavel typisch voor klauwieren

Op het menu

Officieel hoort de klapekster tot de zangvogels, maar van nature is het eerder een roofvogel. Hij verschanst zich in de top van een boom en kijkt uit naar klein gespuis om te vangen. Hij vertoont zelfs bidgedrag, waarbij hij in de vlucht ter plaatse blijft fladderen terwijl hij de bodem scant op potentiële prooien. Hoewel de klapekster niet groter is dan een merel, maakt hij toch jacht op muizen, kikkers, kevers, vogels en andere kleine dieren. Na een hevige duikvlucht, doodt hij zijn slachtoffer met een beet in de nek of een klap op de schedel. 

Klapekster spiest zijn prooiWat er daarna gebeurt, tart elke verbeelding. De klapekster peuzelt zijn prooi niet altijd meteen op, maar transporteert de buit naar een doornstruik of stuk prikkeldraad. Daar spietst hij het kadaver, om zo een voorraad aan te leggen. Hij krijgt z’n vangst immers vaak niet in één keer op. Bovendien zijn zijn poten niet sterk genoeg om zo’n dood lichaam aan stukken rijten en dan is de hulp van een stevige doorn erg welkom. Men noemt de klapekster niet voor niets ‘de beenhouwer onder de zangvogels’. 

Leefgebied van de klapekster

De klapekster is bij ons vooral een wintergast. Hij broedt in noordelijke gebieden, zowel in het Euraziatische continent als in het noorden van Noord-Amerika. Het is een deeltrekker die, net zoals de roodborst, ‘s winters niet noodzakelijk tot trekken overgaat. Een deel van de vogels zoekt wel andere oorden op en komt zo in onze contreien terecht. In Wallonië leeft een stabiele broedpopulatie van enkele honderden vogels. In Vlaanderen broedde het laatste klapeksterpaar in 1996. In de winter kan je de soort wel nog tegenkomen boven de taalgrens. 

Klapeksters vertoeven liefst in ruig, halfopen gebied met struiken, hagen en eenzame bomen die dienst doen als uitkijkpost. Denk dan aan heide- en weidegebieden, moerassen met rietkragen en weiden met fruitbomen of omzoomd door houtkanten. Op waarnemingen.be kan je nakijken waar de klapekster in ons land gesignaleerd wordt. 

Klapeksterliefde

Mannetje toont prooi aan vrouwtjeTijdens het voortplantingsseizoen komt de voorraadkast van de klapekster goed van pas. Het mannetje stalt z’n satés uit op opvallende plekken. Wie de best gevulde trofeeënkast heeft, verovert het vrouwtje! 

De klapekster is erg territoriaal en bestrijkt in het broedseizoen een territorium tot 100 hectare groot. Hij bouwt een nest in dichte struiken of bomen en legt 4 tot 7 eieren. Terwijl het vrouwtje haar eieren warm houdt, draagt het mannetje voedsel aan. Na 14 tot 18 dagen komen de jongen uit. Beide partners voeden de jongen. Twee à drie weken later beginnen de jongen te vliegen, waarna ze nog 3 weken kunnen rekenen op voedselaanvoer door de ouders. Als hun kroost écht uitgevlogen is, gaan ma en pa klapekster terug hun eigen weg. 

Relatie met de mens

Dat de klapekster in Vlaanderen verdwenen is als broedvogel, is waarschijnlijk te wijten aan de intensivering van de landbouw. Door op grotere schaal gewassen te verbouwen en door een stijgend gebruik aan pesticiden, waren er steeds minder insecten beschikbaar. Die staan op het menu van de klapekster, maar ook van veel van zijn prooien. Geleidelijk aan werd de druk op deze grote klauwiersoort te groot en moest hij uitwijken.  

Ondertussen blijft het hopen dat de Waalse broedpopulatie groeit en uiteindelijk zal uitbreiden naar geschikte leefgebieden in Vlaanderen. Doordacht natuurbeheer, met laagbegroeide, open plekken omzoomd door geschikte uitkijkposten, kunnen deze prachtige vogel misschien overstag doen gaan. 

Wist je dat de klapekster … 

  • zijn wetenschappelijke naam goed gekozen heeft? ‘Lanius’ betekent letterlijk ‘slachter’ 
  • ook wel eens een scheve schaats rijdt? Het mannetje probeert ook andere vrouwtjes te verleiden met lekkere prooien. Hoe groter het cadeau, hoe meer kans dat hij met het vrouwtje – zijn eigen of een ander – mag paren. 
  • giftige prooien wat langer laat hangen tot het veilig is om ze op te eten? Sommige kikkers worden zelfs gevild om de giftige huid te omzeilen.