Ga naar main content
Gewone doodgraver
Gewone doodgraver

Gewone doodgraver

Er leven verschillende soorten doodgravers in ons land, waarvan de (eerder kleine) gewone doodgraver algemeen voorkomt. De kever vormt een cruciale schakel in de kringloop van het leven, omdat hij rottend aas verwerkt. Doodgravers hebben hun naam dus zeker en vast verdiend: het zijn de begrafenisondernemers van onze natuur!

soortenfiche-gewone-doodgraver.png

Herken de gewone doodgraver

(Nicrophorus vespilloides)

Bij lage temperaturen houden ze een winterslaap, maar vanaf de thermometer 10°C overschrijdt worden de doodgravers wakker. In de maanden april t.e.m. oktober heb je het meeste kans er eentje in real life te ontmoeten. Kijk dan eens rond of je een dood dier kan vinden en draai het om (met een takje). De kans is groot dat daar vroeg of laat een doodgraver op het toneel verschijnt! De gewone doodgraver herken je zo: 

  • 9 - 19 mm lang 
  • glanzend zwart met oranje vlekken
  • korte dekschilden waardoor een deel van het achterlijf onbedekt is
  • grote kop met grote ogen en knotsvormige, zwarte antennes
  • behaarde buikzijde 
  • vaak zit hun lichaam vol met mijten

Behalve aan hun uiterlijk, kan je doodgravers ook herkennen aan de lijkgeur die ze verspreiden. Daarmee houden ze insecteneters op een afstand! 

Op het menu

Behalve de kadavers zelf, eet de volwassen doodgraver vooral maden (larven van vliegen) die zich ook tegoed doen aan het aas. De lijken worden gebruikt als ‘broedkamer’ en voedselbank voor het nageslacht. 

doodgraver-te-vervangen-daniel.jpeg

Doodgraversliefde

Doodgravers voelen zich enorm aangetrokken tot de geur van rottend vlees. Ze weten als geen ander dierenlijken op te sporen door geurstoffen op te vangen met hun knotsvormige antennes. Vaak zijn er meerdere kapers op de kust en dan ontstaat er een stevig gevecht met dieren van de eigen sekse, tot slechts één koppel overblijft. 

Het paartje werkt samen om het lijk te begraven, door alle grond eronder weg te werken. Soms verplaatsen ze het dode lichaam eerst naar een beter plekje, door zich onder het gevaarte om te draaien en met hun pootjes weg te duwen. Ze prepareren het karkas voor hun kroost door haren en veren te verwijderen en smeren het dan in met een speciale vloeistof die ze zelf uitscheiden. Vroeger werd gedacht dat die sappen de vertering een handje hielpen, maar het omgekeerde is waar. De bacteriën in het goedje vertragen het rottingsproces en houden het aas in goede conditie, zodat het perfect bewaard blijft voor het nageslacht. 

Het gelegenheidsduo paart ondergronds, waarna het mannetje mag beschikken. Het vrouwtje legt haar eieren in een vooraf uitgebeten ‘kraamkamer’ in het lijk. Ze wacht gedurig tot de larven enkele dagen later uitkomen. Met haar zachte moederstem - of toch: door een tjirpend geluid te maken met haar dekschild - lokt ze haar kroost uit hun stinkende nest. Haar dagtaak bestaat nu uit het voederen van de larven met het ondergrondse feestmaal, bestaande uit stukjes lijk en voorgekauwde maden. Na een dag of vijf trekken de larven zich terug in de grond, om te ontpoppen tot een volwassen doodgraver. 

Wist je dat doodgravers …

  • niet de enige zijn die leven van dode dieren? Ook bacteriën, schimmels en andere kevers helpen bij de ontbinding. 
  • dode dieren kunnen ‘ruiken’ met hun voelsprieten? Ze kunnen ook perfect detecteren in welke staat van ontbinding (vers, net goed, te rot) zo’n lijkje zich bevindt.